‘Niet mooi, wel érg lief. Humor, sociaal, serieus
met een knipoog, verlegen, slank met brilletje,
27, ac. Jij: 27-37, lief, humor, rustig,
nuchter maar geschikt om tegenaan te kruipen.
Samen een leuke zomer? Br.o.nr. 21835165 bur. v. d. bl.’
Eén van de dierbaarste herinneringen uit mijn leven heeft mij niets meer gekost dan een postzegel. Zomer 2002, voor altijd in mijn geheugen gebeiteld.
Nu zou zo’n oproepje zonder foto in een krant nauwelijks nog enige reactie genereren, maar toen (ja ja, opa verteld!) was de verhouding vraag / aanbod blijkbaar anders want wie schetste de verbazing van deze jongedame, die inderdaad érg lief bleek te zijn (maar geenszins lelijk), toen er envelop na envelop bij haar op de mat plofte, met daarin een totaal van 172 reacties.
Ik weet dat omdat ik één van die 172 was. Haar reactie heb ik op die loeihete avond in juli drie keer gelezen voor de strekking tot mij door begon te dringen, alhoewel de openingszin toch nauwelijks aan duidelijkheid te wensen overliet:
‘Het was een stuk makkelijker om de tekst van de advertentie te bedenken, dan om nu echt een brief te moeten schrijven aan degene wiens reactie het me het meeste aanspreekt’.
Wat volgde was een mailwisseling die al gauw eindigde met een X, en na twee weken werd er in gedachten al hand in hand gelopen. De spanning was inmiddels ondragelijk en om het nog erger te maken moest het D-woord (date) nog steeds vallen. Met het hart in de keel hebben we elkaar gebeld en kwamen overeen dat het strijdtoneel Burgers Zoo zou gaan worden. Die dag regende het, maar met z’n 2en pasten we prima onder 1 paraplu.
Het volgende weekend gingen we naar de Efteling (samen ergens iets gaan drinken is zó 2009!) en vertrokken ’s avonds precies laat genoeg om mij bij aankomst op het station de laatste trein te laten missen. Na samen een klein toneelstukje te hebben opgevoerd van Tja Wat Nu pakten we haar fiets en loodste ze me richting haar huis.
Ik mocht kiezen: in het zijkamertje op een stretcher of bij haar in bed. Na een bedenktijd van toch zeker 0,001 nanoseconde viel mijn keus op haar gezelschap, maar, zo zei ik, dan houd ik mijn kleren aan. En daar lagen we dan: zij in haar pyjama, ik in mijn jeans. ‘Welterusten’ wist ze nog uit te piepen, knipte het licht uit en draaide zich van me weg, in een dappere maar zinloze poging te doen voorkomen dat ze weldra in dromenland zou verkeren. Na daar een kwartier roerloos gelegen te hebben schraapte ik mijn laatste restanten moed bij elkaar en vroeg ‘mag ik nog een nachtzoentje’. Tien seconden ofwel 200 hartslagen later draaide ze zich plotseling om en verstrengelden we ons in een passionele tongzoen.
Vanaf dat moment was alles anders. Oh ja, we wisten al dat we onwaarschijnlijk veel gemeen hadden, en we konden helemaal onszelf zijn bij elkaar, maar het was pas na die eerste kus dat de verdedigingslinies volledig doorbroken werden.
Daar lagen we in het donker. Honderduit praten over alles en niets. Stukje bij beetje elkaars lichaam ontdekken. Een uurtje slapen. Weer praten, weer een stapje verder. Zo ging de nacht langzaam over in de ochtend, zonder dat we het echt in de gaten hadden.
Vreemd hoe vanzelfsprekend alles daarna is, alsof het nooit anders was.
Ondanks alles zijn we uiteindelijk uit elkaars leven verdwenen, maar al terugbladerend in mijn herinneringen valt het boek zo af en toe op die bladzijden open, herlees ik het en glimlach.
met een knipoog, verlegen, slank met brilletje,
27, ac. Jij: 27-37, lief, humor, rustig,
nuchter maar geschikt om tegenaan te kruipen.
Samen een leuke zomer? Br.o.nr. 21835165 bur. v. d. bl.’
Eén van de dierbaarste herinneringen uit mijn leven heeft mij niets meer gekost dan een postzegel. Zomer 2002, voor altijd in mijn geheugen gebeiteld.
Nu zou zo’n oproepje zonder foto in een krant nauwelijks nog enige reactie genereren, maar toen (ja ja, opa verteld!) was de verhouding vraag / aanbod blijkbaar anders want wie schetste de verbazing van deze jongedame, die inderdaad érg lief bleek te zijn (maar geenszins lelijk), toen er envelop na envelop bij haar op de mat plofte, met daarin een totaal van 172 reacties.
Ik weet dat omdat ik één van die 172 was. Haar reactie heb ik op die loeihete avond in juli drie keer gelezen voor de strekking tot mij door begon te dringen, alhoewel de openingszin toch nauwelijks aan duidelijkheid te wensen overliet:
‘Het was een stuk makkelijker om de tekst van de advertentie te bedenken, dan om nu echt een brief te moeten schrijven aan degene wiens reactie het me het meeste aanspreekt’.
Wat volgde was een mailwisseling die al gauw eindigde met een X, en na twee weken werd er in gedachten al hand in hand gelopen. De spanning was inmiddels ondragelijk en om het nog erger te maken moest het D-woord (date) nog steeds vallen. Met het hart in de keel hebben we elkaar gebeld en kwamen overeen dat het strijdtoneel Burgers Zoo zou gaan worden. Die dag regende het, maar met z’n 2en pasten we prima onder 1 paraplu.
Het volgende weekend gingen we naar de Efteling (samen ergens iets gaan drinken is zó 2009!) en vertrokken ’s avonds precies laat genoeg om mij bij aankomst op het station de laatste trein te laten missen. Na samen een klein toneelstukje te hebben opgevoerd van Tja Wat Nu pakten we haar fiets en loodste ze me richting haar huis.
Ik mocht kiezen: in het zijkamertje op een stretcher of bij haar in bed. Na een bedenktijd van toch zeker 0,001 nanoseconde viel mijn keus op haar gezelschap, maar, zo zei ik, dan houd ik mijn kleren aan. En daar lagen we dan: zij in haar pyjama, ik in mijn jeans. ‘Welterusten’ wist ze nog uit te piepen, knipte het licht uit en draaide zich van me weg, in een dappere maar zinloze poging te doen voorkomen dat ze weldra in dromenland zou verkeren. Na daar een kwartier roerloos gelegen te hebben schraapte ik mijn laatste restanten moed bij elkaar en vroeg ‘mag ik nog een nachtzoentje’. Tien seconden ofwel 200 hartslagen later draaide ze zich plotseling om en verstrengelden we ons in een passionele tongzoen.
Vanaf dat moment was alles anders. Oh ja, we wisten al dat we onwaarschijnlijk veel gemeen hadden, en we konden helemaal onszelf zijn bij elkaar, maar het was pas na die eerste kus dat de verdedigingslinies volledig doorbroken werden.
Daar lagen we in het donker. Honderduit praten over alles en niets. Stukje bij beetje elkaars lichaam ontdekken. Een uurtje slapen. Weer praten, weer een stapje verder. Zo ging de nacht langzaam over in de ochtend, zonder dat we het echt in de gaten hadden.
Vreemd hoe vanzelfsprekend alles daarna is, alsof het nooit anders was.
Ondanks alles zijn we uiteindelijk uit elkaars leven verdwenen, maar al terugbladerend in mijn herinneringen valt het boek zo af en toe op die bladzijden open, herlees ik het en glimlach.