Zomer 2009. ik loop over het plein van een van de scholen waar ik werk. 2 meisjes van de bovenbouw roepen me uit de verte toe: ‘JOEF?’ Ik ga in de zon op een bankje zitten en wacht totdat ze voor me stil staan. Busra en Kader kijken verwachtingsvol en vragen: ’mogen we je interviewen, Joef?’ Natuurlijk mag dat. Ik blijf er voor zitten.
Kader neemt de leiding. Ze spoort Busra aan de eerste vraag van het blaadje op te lezen.
Wat is je lievelingskleur?
Blauw en rood.
Twee kleuren mag ook
Wat is je lievelingseten?
Patat met mayonaise.
Fronsend word ik aangekeken.
Heb je een man?
Nee, ik ben gescheiden
Kader schrikt en sist Busra toe ‘snel volgende vraag. Ze is zielig’
Heb je kinderen?
Ja, 1 zoon, een hele lieve
Geďnteresseerd luisteren ze naar mijn korte omschrijving van zoon T.
Welke auto?
En zo gaat het maar door. Ze halen het onderste uit de kan. Vraag na vraag wordt kordaat afgevinkt. En mijn antwoorden contentieus genoteerd.
Aan het eind van het interview durven ze het weer aan:
Heb ik een vriend?
Wel 10, roep ik vrolijk. In mijn gedachten dwarrelen meerdere M4M mannen rond met wie ik e-mail contact heb.
Geschokt staren de meisjes voor zich uit.
Dat zijn er 9 te veel, kom ik ze tegemoet.
Maar Joef, dat kan toch niet 10 (!) vrienden tegelijk.
Ik kan niet kiezen, geef ik toe.
De meisjes zijn de schok te boven en lopen luid lachend naar hun klas terug.
Als ik ze zo nu en dan tegenkom in en om de school gillen ze me steevast belangstellend tegemoet: ‘Joef, heb je al gekozen?’
Nee
Kader neemt de leiding. Ze spoort Busra aan de eerste vraag van het blaadje op te lezen.
Wat is je lievelingskleur?
Blauw en rood.
Twee kleuren mag ook
Wat is je lievelingseten?
Patat met mayonaise.
Fronsend word ik aangekeken.
Heb je een man?
Nee, ik ben gescheiden
Kader schrikt en sist Busra toe ‘snel volgende vraag. Ze is zielig’
Heb je kinderen?
Ja, 1 zoon, een hele lieve
Geďnteresseerd luisteren ze naar mijn korte omschrijving van zoon T.
Welke auto?
En zo gaat het maar door. Ze halen het onderste uit de kan. Vraag na vraag wordt kordaat afgevinkt. En mijn antwoorden contentieus genoteerd.
Aan het eind van het interview durven ze het weer aan:
Heb ik een vriend?
Wel 10, roep ik vrolijk. In mijn gedachten dwarrelen meerdere M4M mannen rond met wie ik e-mail contact heb.
Geschokt staren de meisjes voor zich uit.
Dat zijn er 9 te veel, kom ik ze tegemoet.
Maar Joef, dat kan toch niet 10 (!) vrienden tegelijk.
Ik kan niet kiezen, geef ik toe.
De meisjes zijn de schok te boven en lopen luid lachend naar hun klas terug.
Als ik ze zo nu en dan tegenkom in en om de school gillen ze me steevast belangstellend tegemoet: ‘Joef, heb je al gekozen?’
Nee