Niet op de vergaderstand gezet, want ‘iedereen’ weet dat ik deze middag niet gestoord kan worden. Het verklikkerschermpje vertelt dat het een goede vriendin is die belt. Midden op de dag, dat is nooit best flitst er door mij heen. Daarom neem ik het gesprek toch aan en meld vlug dat ik terug zal bellen zodra ik kan. Een gesprek, hoe boeiend ook, duurt dan altijd te lang. Een klein uur later sta ik onder een luifeltje te kijken naar een duinrand en een paar peperdure bejaardenvilla’s. Mijn vriendin neemt op en vertelt dat ik niet naar huis mag, maar meteen moet komen borrelen, want ze heeft groot nieuws en ik ben de eerste die het mag weten. En dat is nou jammer, want juist die avond ben ik spreker op een bijeenkomst waar ik niet onder uit kan en tussendoor naar huis gaan lukt voor geen meter. Dan moet ik maar komen zodra ik thuis ben en dat beloof ik. De rest van de dag en avond zit ik een beetje in een plezierige spanning. Mijn oudere vriendin klonk geheimzinnig vrolijk, dus is er niet iets ernstigs aan de hand. Ik voel mezelf weer even als een kind, de avond voor kerst of Sinterklaas: er staat iets leuks te gebeuren, maar ik moet nog wachten!
Het is bijna tien uur in de avond wanneer ik eindelijk aan haar deur klop.
Geheimzinnig lachend schenkt ze een goed glas en na het klinken krijg ik dan eindelijk het grote nieuws te horen: ze gaan trouwen! Ruim 70 en bijna 80 jaar oud hebben mijn oudste vrienden deze ochtend aangetekend en ik ben de eerste die zij het willen vertellen. Ze kennen elkaar bijna 18 maanden en het blijft klikken, dus wagen ze de grote stap. De dag daarna betrap ik ze voetjevrijend in de keuken, waar ze lekker niet mee ophouden wanneer ik binnenkom. Heerlijk, dat vrijheidsgevoel. Een andere goede vriend van mij, eeuwig aan het daten zonder iets te vinden, en ik besluiten dat er voor ons dan toch ook nog ergens hoop moet zijn aan de relatiehorizon, al mag het iets eerder dan pas over dertig jaar of zo.
Een paar dagen later in de manege krijg ik een andere toegewezen dan één van de mij bekende paarden. Een jonge, vurige hengst die zeer goed luistert naar onuitgesproken commando’s, wordt mij verteld. Die avond zullen we allerlei capriolen gaan uithalen, vandaar deze verandering. Het begint al goed wanneer het opstaphulptrapje zoek blijkt. Met een stevige duw van de trainster kom ik toch bovenop dit kleine paard, dat minstens 12 cm kleiner is dan de merrie die ik gewoonlijk mag berijden. Evengoed eindigt zijn schofthoogte nog ver boven mijn hoofd, maar het lukt. Gewend aan het stevig moeten aanmoedigen doe ik wat ik denk te moeten doen en dat had ik dus juist niet moeten bedenken: als een speer vertrekt mijn viervoeter, met mij er bovenop! ‘Stop daarmee!’, roept de trainster, maar ik heb geen idee wat ik deed. De jonge hengst heeft er zin in en besluit vanuit draf over te gaan in een dolle galop, iets wat ik nog niet eerder heb gedaan, want ik heb pas kort les. Na 2 rondjes krijg ik eindelijk door waar de rem zit en krijg meteen een forse reprimande over mijn belabberde vaardigheden op een paardenrug. Helemaal terecht, want ik had geen idee wat ik aan het doen was. Maar met een duivelse grijns besluit de trainster dat ze nu wel meteen weet dat ik niet bang ben voor de galop en dat we dat die avond met z’n allen zullen gaan doen.
Eerst mag ik 12 rondjes lang gaan leren hoe ik dit paard in bedwang moet houden en hij blijkt inderdaad heel gezeglijk, al reageert hij op elke vlieg die op zijn lijf komt. De manegehulpen helpen lekker mee door hem te lokken met appels en snoepjes, maar ik krijg het voor elkaar hem in de hand te houden. Uiteraard mag daarna wel een snoepje worden gehaald, want waarom zou je een dier pesten? Die avond rijden we met de hele ploeg 10 rondjes galop, keurig achter elkaar. De paarden vinden het leuk en wij zijn allemaal op aan het eind van de les. Tijdens het afzadelen schopt mijn kleine hengst dat het een lust is, maar ik krijg ook een ‘koppie’ waar ik bijna van omkukel. Kunnen paarden grijnzen? Deze deed aardig zijn best.
Na afloop gaan we altijd iets drinken, meiden onder elkaar. Eén ervan heeft een moeder die bijna veertig is en niets meer wil, uitgeblust is. Het lijkt hen vreselijk om zo oud te worden, want dan doe je niets meer. Dan bega ik de tweede megafout van die avond: ik vertel dat ik behoorlijk wat ouder ben dan hun moeders, maar toch zeker niet uitgeblust hoef te zijn.
Even is het stil, dan besluit er eentje: ‘Ja, maar jij bent anders, jij bent gewoon net als wij.’ En we bestellen nog een rondje.
‘Net als wij.’ Tijdens de autorit naar huis vraag ik me af waar ik me eigenlijk druk om maak.
Een paar dagen eerder had ik grote lol in het zwembad, samen met de bejaarde aanstaande bruid, toen we samen met 6 goedgebouwde jonge mannen in het openbare bubbelbad zaten. De heren lachten om ons en wij om hen, zonder wanklank. Onder de douche wisselden we shampoo uit en ze wensten ons nog veel plezier op de parkeerplaats. Thuisgekomen liet de aanstaande bruidegom vol trots de uitnodigingen zien die hij persoonlijk op de typemachine heeft gemaakt, omdat hij niet wil leren omgaan met de computer: hij is bang verslaafd te raken aan de computer wanneer hij er eenmaal mee begint.
Mij maakt de leeftijd van een ander niet zoveel uit. Mijn leeftijd maakt anderen steeds minder uit heb ik het idee. Tenminste, in het dagelijkse leven.
Daten is nog een heel ander chapiter, want een actieve, zelfstandige vrouw van vijftig die geen rok of naaldhak draagt ligt slecht in de markt. Ach, laat ze maar, die heren.
Voorlopig geniet ik van de mogelijkheden die ik heb en de dromen die ik kan verwezenlijken. En binnenkort versieren we met de hele straat het huis van een bruidspaar op hoge leeftijd, dat nog jong genoeg is om voetje te vrijen in de keuken en iedereen mag het zien.
