Interessante stelling poneerde Willem hier. Volgens mijn collega blogger zou daten - voor meer resultaat - moeten worden gezien als topsport. Dus niet op pad met een mentaliteit van het soort ‘als ik maar een leuke avond heb’, maar willen scóren. Er echt voor gáán. Dan heb je volgens Willem meer kans dat je je doel bereikt: een partner vinden. Aardige redenatie, maar er klopt natuurlijk niks van.
De vergelijking tussen topsport en succesvol daten gaat op vele fronten mank. De vraag is of er überhaupt overeenkomsten zijn. Bij topsport heb je niet te maken met een onwetende (of zelfs onwillige) teamgenoot. Stel dat twee mensen samen in een bobslee stappen, en de een dat doet om de beste te worden en de ander omdat ie weleens een spannend ritje wil maken? Ik denk niet dat dit team kampioen wordt. Om dit te voorkómen zou je je date vooraf kunnen inlichten: ‘Lieve Marja, vrijdagavond hebben wij een date. Ik weet zéker dat wij gaan slagen. Als wij sámen de schouders eronder zetten, dan kunnen wij gelukkig worden! Ik reken op je volle inzet, je Willem’. Wat denk je, Willem? Zou Marja nog komen opdagen?
Het kan natuurlijk ook zijn dat jij een meer klassieke kijk hebt op man-vrouw relaties. De man als jager, de vrouw als prooi. In die situatie heb je die teamgenoot immers niet nodig. Willem de Veroveraar op weg naar het café. Vastbesloten om de vrouw in kwestie mee te slepen naar zijn hol om haar vast te binden aan zijn aanrecht. Misschien best aardig als seksuele fantasie, maar Marjelle zou in werkelijkheid liever enkele hulplijnen achter de hand houden.
Sorry Willem, Marjelle zit je maar wat te pesten. Ik begrijp best welk punt je wilt maken. Een zekere nonchalance lijkt wel een ongeschreven regel in datingland. Inderdaad, we zijn allemaal hartstikke gelukkige singles, hebben echt geen nieuwe partner nodig en beschouwen daten als geinig vermaak. Tuurlijk. En ook ik verbaas me weleens over hoe sommige mannen op een date verschijnen. Te laat, in vale slobbertrui, met ongewassen haren, allemaal weleens meegemaakt. En als ik zou binnenkomen met een houding van ‘het zal wel niks zijn’, dan zou ik vast weinig moeite doen om een geanimeerd gesprek op gang te brengen.
Maar inspanningen om een partner te vinden gaan maar tot halverwege. Je kunt actief op zoek gaan. Je kunt openstaan voor een partner. Je kunt prettiger in je vel gaan zitten, bijvoorbeeld door jezelf goed te verzorgen. Maar de tweede helft wordt gevormd door zaken waar je maar weinig invloed op hebt. Allerlei biologische processen in je lichaam; hormonen, feromonen, geuren. Én – niet in de laatste plaats – de andere partij.
Ik vraag me zelf weleens af of ik juist niet te hard zoek. Of ik niet succesvoller zou zijn als ik meer ontspannen met het ontmoeten van mannen om zou gaan. Als niet meteen alle radertjes in mijn hoofd gingen werken vanaf het moment dat een man over de drempel van het café stapt. En of steeds weer die teleurstelling juist niet demotiverend werkt. Ik heb me de laatste tijd iets te vaak afgevraagd waarom ik nou juist voor díe man iets leuks heb aangetrokken, mijn haar heb gewassen, mijn benen onthaard, mijn nagels gevijld en gelakt en een lekker luchtje op heb gedaan. Ik geloof dat ik daten liever wil ervaren als een vriendschappelijk partijtje voetbal dan als topsport. We kunnen na afloop altijd nog samen de kleedkamer in duiken.
En Willem, weet je hoe je topsporter wordt? Trainen, trainen, trainen…
De vergelijking tussen topsport en succesvol daten gaat op vele fronten mank. De vraag is of er überhaupt overeenkomsten zijn. Bij topsport heb je niet te maken met een onwetende (of zelfs onwillige) teamgenoot. Stel dat twee mensen samen in een bobslee stappen, en de een dat doet om de beste te worden en de ander omdat ie weleens een spannend ritje wil maken? Ik denk niet dat dit team kampioen wordt. Om dit te voorkómen zou je je date vooraf kunnen inlichten: ‘Lieve Marja, vrijdagavond hebben wij een date. Ik weet zéker dat wij gaan slagen. Als wij sámen de schouders eronder zetten, dan kunnen wij gelukkig worden! Ik reken op je volle inzet, je Willem’. Wat denk je, Willem? Zou Marja nog komen opdagen?
Het kan natuurlijk ook zijn dat jij een meer klassieke kijk hebt op man-vrouw relaties. De man als jager, de vrouw als prooi. In die situatie heb je die teamgenoot immers niet nodig. Willem de Veroveraar op weg naar het café. Vastbesloten om de vrouw in kwestie mee te slepen naar zijn hol om haar vast te binden aan zijn aanrecht. Misschien best aardig als seksuele fantasie, maar Marjelle zou in werkelijkheid liever enkele hulplijnen achter de hand houden.
Sorry Willem, Marjelle zit je maar wat te pesten. Ik begrijp best welk punt je wilt maken. Een zekere nonchalance lijkt wel een ongeschreven regel in datingland. Inderdaad, we zijn allemaal hartstikke gelukkige singles, hebben echt geen nieuwe partner nodig en beschouwen daten als geinig vermaak. Tuurlijk. En ook ik verbaas me weleens over hoe sommige mannen op een date verschijnen. Te laat, in vale slobbertrui, met ongewassen haren, allemaal weleens meegemaakt. En als ik zou binnenkomen met een houding van ‘het zal wel niks zijn’, dan zou ik vast weinig moeite doen om een geanimeerd gesprek op gang te brengen.
Maar inspanningen om een partner te vinden gaan maar tot halverwege. Je kunt actief op zoek gaan. Je kunt openstaan voor een partner. Je kunt prettiger in je vel gaan zitten, bijvoorbeeld door jezelf goed te verzorgen. Maar de tweede helft wordt gevormd door zaken waar je maar weinig invloed op hebt. Allerlei biologische processen in je lichaam; hormonen, feromonen, geuren. Én – niet in de laatste plaats – de andere partij.
Ik vraag me zelf weleens af of ik juist niet te hard zoek. Of ik niet succesvoller zou zijn als ik meer ontspannen met het ontmoeten van mannen om zou gaan. Als niet meteen alle radertjes in mijn hoofd gingen werken vanaf het moment dat een man over de drempel van het café stapt. En of steeds weer die teleurstelling juist niet demotiverend werkt. Ik heb me de laatste tijd iets te vaak afgevraagd waarom ik nou juist voor díe man iets leuks heb aangetrokken, mijn haar heb gewassen, mijn benen onthaard, mijn nagels gevijld en gelakt en een lekker luchtje op heb gedaan. Ik geloof dat ik daten liever wil ervaren als een vriendschappelijk partijtje voetbal dan als topsport. We kunnen na afloop altijd nog samen de kleedkamer in duiken.
En Willem, weet je hoe je topsporter wordt? Trainen, trainen, trainen…