Ik kreeg er kriebels van. Van die kriebels die in je buik rondtollen op zoek naar… ja, naar wat eigenlijk? In dit geval waren het krioelende kriebels op zoek naar ontdekkende woorden waarmee ik haar ongetwijfeld even mooie 'binnenkant' zou leren kennen.
De hele treinreis lang - we zaten drie kwartier tegenover elkaar - zocht ik naar een manier om haar aan te spreken. Niet een gewone manier, maar DE manier, de ikzaldiedagnooitmeervergeten-manier. Ik zocht, maar vond niets. En ook de twee boeken die ik bij me had, gaven geen geschikte openingen.
Vijfenveertig minuten duren een eeuwigheid als je geen waarachtige woorden vindt. Ook toen ik de trein verliet, zei ik niets. Haar witte ipod-doppen zouden waarschijnlijk toch elk geluid tegenhouden, vergoelijkte ik het stilzwijgen tegenover mezelf. Peinzend liep ik het perron af. Waarom had ik toch niets durven zeggen...
Mensen die mij kennen zullen het herkennen: ik ben een makkelijke prater. Live en aan de telefoon. Chatten kan ik ook. Een verhaal vertellen, eventueel opschrijven in de vorm van een blog, geen probleem. Maar een verbluffend mooie vrouw aanspreken, die nota bene zelf tegenover mij is gaan zitten... dat dan weer niet.
Die blokkade verklaart misschien waarom ik op een datingsite actief ben. Aantrekkelijke en interessante dames die hier zijn, durf ik met gemak aan te spreken. Ik hoef niet lang na te denken over een openingszin, ik weet al van haar kinderen en eventuele kinderwens en meestal iets van hobby’s, vakantieplezier en favoriete films, boeken en muziek. Meer dan genoeg stof om het gesprek te starten.
Van mijn treindame wist ik niets. Alleen dat ze in staat was mijn stembanden van afstand uit te schakelen. En dat ze me steeds verleidde haar aan te kijken. Naar haar ogen en die geweldige haardos. Maar zeg je dat tegen een wildvreemde vrouw? Ik heb het een keer geschreven aan een vrouw. “Wauw, wat een mooie bos met haar.” Je raadt het al… ik kreeg daar geen antwoord op.
De achtergrond van mijn woordeloze strijd ligt in de kans afgewezen te worden. Om een blauwtje te lopen. Ik haat het. Zeker bij deze kleurrijke dame. Dat heeft uiteraard alles te maken met mijn jeugd. Op de kleuterschool al brachten die paar keer dat mijn liefde niet werd beantwoord me een hel waar ik dagen last van had. Later begreep ik iets meer van de vrouwelijke psyche en betrok ik het niet altijd meer op mezelf. Tegenwoordig lukt het me - gelukkig - steeds beter en makkelijker de juiste woorden te vinden om een gesprek te starten.
Het lukt steeds vaker. Behalve als ze als veelkleurige schoonheid in de trein zit. Tegenover me. Met een ondeugende glimlach rond haar lippen. Met niets anders bezig dan mooi en puur te zijn.