Mark Mieras stelt dat de hersenen in bijzonder weinig tijd in staat zijn om onbewust te bepalen of een partner geschikt voor ons is of niet. Vrouwen gebruiken daarbij onder meer de neus. De lichaamsgeur van een man zegt veel over de samenstelling van zijn genen. En of die set van genen goed aansluit bij de eigenaresse van die neus. Hoe verschillender de genen, hoe beter dat is voor het nageslacht. Uit onderzoek blijkt dat relaties waarbinnen de genen voor hooguit twintig procent overeenkomen langer stand houden en stabieler zijn dan relaties waarbij de genen veel meer overeenkomen. Ook een reden waarom mensen niet snel verliefd worden op familieleden. Vanuit de evolutietheorie logisch: verschillende genen geeft meer kans op zwangerschap en gezonde kinderen.
Ook oogcontact speelt een grote rol. In een fractie van een seconde zenden ogen signalen door naar de hersenen over de persoon tegenover je. En ook hier: onbewust wordt vrijwel meteen bepaald of dit een geschikte partner zou kunnen zijn of niet. De ogen heten niet voor niets de spiegel van de ziel. En juist deze zintuigen – volgens hersenonderzoek cruciaal bij partnerkeuze – doen niet mee bij internetdaten.
Volgens Mark Mieras maken we via internet volstrekt rationele keuzes. Gebaseerd op gewenste eigenschappen, spitsvondige teksten en mooie plaatjes. Omdat hierbij alle onbewuste door onze zintuigen geholpen selectiemethodes buitenspel staan, is internetdaten blijkbaar niet veel trefzekerder dan het trekken van ballen uit de ballenbak bij Lingo. Bovendien is volgens Mieras de enorme keuzevrijheid dodelijk: ‘Laat mensen uit zes potten jam kiezen en ze selecteren er eentje, zet ze 24 potten voor en ze komen er niet meer uit.’
Los van het feit dat ik hersenonderzoek niet zomaar zou willen betwisten, herken ik wel zo ongeveer wat Mark Mieras schrijft in zijn boek ‘Liefde, wat hersenonderzoek onthult over de klik, de kus en al het andere’. Veel van mijn vriendinnen beweren dat ze hun levenspartner nooit waren tegengekomen als ze hem van een datingsite hadden moeten plukken. Ze hadden hem domweg niet geselecteerd als interessante partner. En zelf ervaar ik het omgekeerde. Het aantal dates dat ik in mijn leven heb gehad, loopt waarschijnlijk tegen de dertig. Vrijwel stuk voor stuk aardige mannen en goed voor een prima avond. Maar voor slechts twee van hen voelde ik meer.
Niet meer internetdaten dan? Zo simpel ligt het wat mij betreft niet. Maar dit soort kennis helpt wel. Het leert je om mensen niet te snel af te wijzen op een slechte foto of een verkeerde hobby. Om niet te lang te wachten met afspreken. En het helpt relativeren. Zo vreemd is het dus niet als die man met dat leuke profiel en die grappige mailtjes in het echt niet meer dan aardig blijkt te zijn. Het is slechts een kwestie van veel ballen trekken. Net zolang totdat je de groene te pakken hebt.