Hij kwam haar tegen bij de badmintonvereniging. Hij was bijna klaar met planologie, zij studeerde antropologie. Ze speelden gemengd dubbels samen, dronken na afloop weleens een biertje. Hij vond haar meteen al leuk. Zij had een vriendje, maar eigenlijk een oogje op hem. Hij zei niks, zij durfde niet. Totdat ze haar vriendje aan de kant zette.
Zij voelde meteen dat het klopte. Dit was hém, haar Grote Liefde. Hij voelde zich de koning te rijk. Toen ze hun studentenkamers ontgroeid waren, gingen ze samenwonen driehoogachter in Amsterdam. Zij vond een baan bij het asielzoekerscentrum, hij besloot te gaan promoveren. En ondertussen waren ze gelukkig samen. Later werd driehoogachter verruild voor een koophuis en ging hij aan de slag als universitair docent, maar aan hun liefde voor elkaar veranderde niets. Ze trouwden op een mistige dag in oktober en gaven een groot feest.
Bas kon lyrisch over haar vertellen. Madelinde was het mooiste dat hem in zijn leven was overkomen en hij wilde nooit meer iemand anders. Afgelopen weekend gingen ze met zijn tweeën op vakantie in de Spaanse Pyreneeën. Ze maakten een wandeling in de bergen. Zij viel. Ze kwam met haar hoofd op een rotsblok terecht en was op slag dood.
Ik zit op de bank en begrijp het niet. Ik staar naar de overlijdensadvertentie in de krant.
Madelinde, 32 jaar, dood.
Bas, 33 jaar, alleen.