Als je iemand leuk vindt, moet je daar werk van maken. Anders wordt het nooit wat. Wie dit zei? Geen idee, maar al op jonge leeftijd maakte het verlangen naar liefde me creatief. En omdat geen twee mensen gelijk zijn, kreeg het altijd een originele vorm.
Als achtjarige op de basisschool tekende ik een klassefoto na. In alle gezichten een naam, in mijn eigen gezicht een vraagteken en in het hare een uitroepteken. De summiere tekst eronder werd "? hartje !. Wil je?" Ik duwde de brief in haar handen en maakte me uit de voeten. Ik hoorde er nooit meer wat op, behalve dan via een klasgenootje, dat vond dat ik dat zo origineel had bedacht.
Als dromer in de brugklas was ik dol op kaligrafie. Scheurde een strook van oud laken, maakte aan weerszijden een houtstaafje vast, en schreef met donkerrode inkt: "Deze boekrol is voor jou, omdat ik van je hou." Ik weet niet meer wie deze liefdesverklaring kreeg.
Ik tekende met Oostindische inkt een stripverhaaltje om een meisje mee te krijgen naar een date: ijsje eten op een terras. Ze kwam en we aten een ijsje.
Er was een meisje op mijn school dat ik zo geweldig vond, dat ik het haar een week lang niet durfde te zeggen. Op mijn zeventiende schreef ik haar een gedicht en gooide dat bij haar door de brievenbus. Een ander meisje vond ik ook leuk. Voor haar vroeg ik bij de lokale radio een plaatje aan, met een uiterst romantische aankondiging erbij. Of ze het gehoord heeft? Geen idee.
Er was een meisje voor wie ik (18) een pagina's lang verhaal schreef. Dat ik vervolgens op de ouderwetse typmachine tikte en bij haar thuis bezorgde.
Pas in de studententijd werd het weleens wat. Mijn eerste vriendin schreef ik brieven vol denksels en dromen. Voor een ander meisje schreef ik een liedje dat ik aan haar liet horen, aan de piano. Ze had al een vriend, maar heeft mijn bandje nog steeds, schreef ze me onlangs.
De dromer in mij floreerde bij de afwijzingen. Schreef liedjes, ellenlange brieven en talloze emails. Schreef het eerste hoofdstuk van een boek dat ik samen met mijn gedroomde geliefde zou gaan schrijven. Van een volgend hoofdstuk kwam het niet, want we vonden elkaar. We kregen een kind. En raakten elkaar kwijt.
En nu zoek ik iemand die me opnieuw brengt tot het maken van wat ik nog nooit eerder maakte. Maar dan - en dat hoop ik oprecht - eens een keer niet in eenzaamheid aan mijn bureautje. Of aan mijn laptop. Wat het ook wordt, het moet iets van samen zijn.
Hoe verklaarde jij de liefde?
Kijker.
Als achtjarige op de basisschool tekende ik een klassefoto na. In alle gezichten een naam, in mijn eigen gezicht een vraagteken en in het hare een uitroepteken. De summiere tekst eronder werd "? hartje !. Wil je?" Ik duwde de brief in haar handen en maakte me uit de voeten. Ik hoorde er nooit meer wat op, behalve dan via een klasgenootje, dat vond dat ik dat zo origineel had bedacht.
Als dromer in de brugklas was ik dol op kaligrafie. Scheurde een strook van oud laken, maakte aan weerszijden een houtstaafje vast, en schreef met donkerrode inkt: "Deze boekrol is voor jou, omdat ik van je hou." Ik weet niet meer wie deze liefdesverklaring kreeg.
Ik tekende met Oostindische inkt een stripverhaaltje om een meisje mee te krijgen naar een date: ijsje eten op een terras. Ze kwam en we aten een ijsje.
Er was een meisje op mijn school dat ik zo geweldig vond, dat ik het haar een week lang niet durfde te zeggen. Op mijn zeventiende schreef ik haar een gedicht en gooide dat bij haar door de brievenbus. Een ander meisje vond ik ook leuk. Voor haar vroeg ik bij de lokale radio een plaatje aan, met een uiterst romantische aankondiging erbij. Of ze het gehoord heeft? Geen idee.
Er was een meisje voor wie ik (18) een pagina's lang verhaal schreef. Dat ik vervolgens op de ouderwetse typmachine tikte en bij haar thuis bezorgde.
Pas in de studententijd werd het weleens wat. Mijn eerste vriendin schreef ik brieven vol denksels en dromen. Voor een ander meisje schreef ik een liedje dat ik aan haar liet horen, aan de piano. Ze had al een vriend, maar heeft mijn bandje nog steeds, schreef ze me onlangs.
De dromer in mij floreerde bij de afwijzingen. Schreef liedjes, ellenlange brieven en talloze emails. Schreef het eerste hoofdstuk van een boek dat ik samen met mijn gedroomde geliefde zou gaan schrijven. Van een volgend hoofdstuk kwam het niet, want we vonden elkaar. We kregen een kind. En raakten elkaar kwijt.
En nu zoek ik iemand die me opnieuw brengt tot het maken van wat ik nog nooit eerder maakte. Maar dan - en dat hoop ik oprecht - eens een keer niet in eenzaamheid aan mijn bureautje. Of aan mijn laptop. Wat het ook wordt, het moet iets van samen zijn.
Hoe verklaarde jij de liefde?
Kijker.