Dat Lucie niet dezelfde avond op hun date zou terugkomen, daar zat hij niet mee. Ze had immers een logée, en wat voor een. Maar naar mate de volgende dag vorderde, werd hij bezorgd. En de tweede nacht na hun date deed hij geen oog dicht.
Hij had zich voorgenomen om haar in alle rust haar eigen positie te laten bepalen. Maar het was hem niet gelukt om helemaal niets te laten horen. Nog dezelfde avond had hij haar een sms gestuurd. Hij kreeg geen antwoord. Maar die sms was gestuurd naar haar kapotte telefoon; dus dat schoot natuurlijk niet op.
De volgende morgen had hij haar ook een mail gestuurd. Sinds dat moment had hij elk kwartier diverse keren zijn mail gecheckt. En ieder piepje dat zijn telefoon gaf, bezorgde hem een hartverzakking.
Van Lucie hij hoorde niets.
En daar kon hij slecht tegen. Dat kwam niet alleen door het afscheid, wist hij. Zelfs als ze aan het einde van de avond allerlei lieve dingen tegen hem zou hebben gezegd, dan nog had hij stilte op de volgende dag moeilijk gevonden. Maar nu, bij gebrek aan een fijne afsluitende beschouwing moest hij helemaal varen op zijn eigen indrukken. En die waren niet verheffend. Hij had geen camerabeelden nodig om terugkijkend te zien dat ze zich aan hem had gestoord.
Terwijl de dag zich voortsleepte, won de twijfel nog verder terrein.
Misschien, dacht hij om tien uur tijdens een vergadering, vindt ze me wel leuk. Alleen vindt ze alle andere dingen in het leven belangrijker. En dan schiet het sturen van een reactie op mijn bericht er even bij in.
Misschien heeft ze mijn berichten nog helemaal niet gelezen, bedacht hij bij de lunch met collega's. Ze had immers visite. Om nu, in het bijzijn van Lotte, uitgebreid met hem te gaan mailen was niet erg sociaal.
Misschien wil ze wel een antwoord in dichtvorm maken, suggereerde een vriend aan wie hij er 's middags iets over vertelde. Of ze is nu ook een projectteam aan het samenstellen.
Misschien is ze me na alle verhalen van Lot wel zat, dacht hij 's avonds.
Misschien, dacht hij ’s nachts, is ze wel dood. Heeft ze knallende ruzie gekregen met Lot en is dat uit de hand gelopen. Worden er morgen twee vrouwen gevonden in een huis vol chaos en een plas van bloed.
Of ze heeft een ongeluk gehad. Mensen - hoe gelukkig ze ook zijn - kunnen zomaar ongelukken krijgen. Dan kunnen ze je niet even bellen wat er is gebeurd en dat een antwoord nog even op zich laat wachten.
Bij de gedachte aan haar dood schoten tranen in zijn ogen. Het beeld liet hem niet meer los. Hij zag zichzelf al staan, naast haar kist. Allemaal verdrietige mensen kwamen hem condoleren, vertellen wat een geweldig mens ze was. Ja, zou hij dan zeggen. Ik ben er trots op dat ze mij dichtbij heeft toegelaten. Al was het dan heel even.
En toen realiseerde hij zich dat hij die plek naast de kist nog niet eens verdiende. Wie was hij nou voor haar... geen familielid of vriend die hem kende. Hij zou waarschijnlijk niet eens een uitnodiging krijgen voor haar uitvaart!
Hij huilde lang. De eenzaamheid - gevormd door de stilte van iemand van wie hij graag iets wilde horen - voelde beklemmend. Ik wil haar mensen kennen, en ik wil dat zij mij kennen, bedacht hij. Ik wil van haar houden, met haar dansen, over haar praten en om haar rouwen, zonder stiekem gedoe of nicknames.
Is dit dan liefde?
Midden in de nacht liep hij naar de badkamer. Zag zijn eigen gezicht in de spiegel. Hij leek oud. Een totaal ander gezicht. Het is maar goed dat ze me nu niet ziet, dacht hij.
Hij had zich voorgenomen om haar in alle rust haar eigen positie te laten bepalen. Maar het was hem niet gelukt om helemaal niets te laten horen. Nog dezelfde avond had hij haar een sms gestuurd. Hij kreeg geen antwoord. Maar die sms was gestuurd naar haar kapotte telefoon; dus dat schoot natuurlijk niet op.
De volgende morgen had hij haar ook een mail gestuurd. Sinds dat moment had hij elk kwartier diverse keren zijn mail gecheckt. En ieder piepje dat zijn telefoon gaf, bezorgde hem een hartverzakking.
Van Lucie hij hoorde niets.
En daar kon hij slecht tegen. Dat kwam niet alleen door het afscheid, wist hij. Zelfs als ze aan het einde van de avond allerlei lieve dingen tegen hem zou hebben gezegd, dan nog had hij stilte op de volgende dag moeilijk gevonden. Maar nu, bij gebrek aan een fijne afsluitende beschouwing moest hij helemaal varen op zijn eigen indrukken. En die waren niet verheffend. Hij had geen camerabeelden nodig om terugkijkend te zien dat ze zich aan hem had gestoord.
Terwijl de dag zich voortsleepte, won de twijfel nog verder terrein.
Misschien, dacht hij om tien uur tijdens een vergadering, vindt ze me wel leuk. Alleen vindt ze alle andere dingen in het leven belangrijker. En dan schiet het sturen van een reactie op mijn bericht er even bij in.
Misschien heeft ze mijn berichten nog helemaal niet gelezen, bedacht hij bij de lunch met collega's. Ze had immers visite. Om nu, in het bijzijn van Lotte, uitgebreid met hem te gaan mailen was niet erg sociaal.
Misschien wil ze wel een antwoord in dichtvorm maken, suggereerde een vriend aan wie hij er 's middags iets over vertelde. Of ze is nu ook een projectteam aan het samenstellen.
Misschien is ze me na alle verhalen van Lot wel zat, dacht hij 's avonds.
Misschien, dacht hij ’s nachts, is ze wel dood. Heeft ze knallende ruzie gekregen met Lot en is dat uit de hand gelopen. Worden er morgen twee vrouwen gevonden in een huis vol chaos en een plas van bloed.
Of ze heeft een ongeluk gehad. Mensen - hoe gelukkig ze ook zijn - kunnen zomaar ongelukken krijgen. Dan kunnen ze je niet even bellen wat er is gebeurd en dat een antwoord nog even op zich laat wachten.
Bij de gedachte aan haar dood schoten tranen in zijn ogen. Het beeld liet hem niet meer los. Hij zag zichzelf al staan, naast haar kist. Allemaal verdrietige mensen kwamen hem condoleren, vertellen wat een geweldig mens ze was. Ja, zou hij dan zeggen. Ik ben er trots op dat ze mij dichtbij heeft toegelaten. Al was het dan heel even.
En toen realiseerde hij zich dat hij die plek naast de kist nog niet eens verdiende. Wie was hij nou voor haar... geen familielid of vriend die hem kende. Hij zou waarschijnlijk niet eens een uitnodiging krijgen voor haar uitvaart!
Hij huilde lang. De eenzaamheid - gevormd door de stilte van iemand van wie hij graag iets wilde horen - voelde beklemmend. Ik wil haar mensen kennen, en ik wil dat zij mij kennen, bedacht hij. Ik wil van haar houden, met haar dansen, over haar praten en om haar rouwen, zonder stiekem gedoe of nicknames.
Is dit dan liefde?
Midden in de nacht liep hij naar de badkamer. Zag zijn eigen gezicht in de spiegel. Hij leek oud. Een totaal ander gezicht. Het is maar goed dat ze me nu niet ziet, dacht hij.