Na haar bizarre date met Leo had Lucie een uur met Lotte gepraat. Een aangeschoten Lotte vertelde over Maxime, over de relatie Maxime-Lotte, en toen ze wilde beginnen over de gedroomde relatie Lennard-Lotte kon Lucie echt niet meer. Ze had beloofd daar de volgende dag met Lotte over door te praten. Lucie was doodop. Samen met Lotte had ze een logeerbed opgemaakt voor Lotte en toen was Lucie in een onrustige slaap gevallen.
Ze droomde van een zonovergoten villa. Een makelaar hamerde net een bord “verkocht” in de tuin. Lucie liep de oprijlaan op en werd bijna van de sokken gereden door een kwade vrouw in een open sportwagen. In een flits herkende ze Lotte. Door de stofwolken zag ze Leo bij de deur van de villa staan. Hij pinkte een traan weg en zei: “Welkom in ons huis Lotte, eehm, Lucie.”
Een rechtszaal. In de beklaagdenbank zat Leo te smsen, overal koffievlekken op zijn kleding. Een verleidelijke advocate fluisterde in zijn oor dat hij zijn telefoon moest uitzetten.
Rechts zat aanklager Lotte, in toga, met wilde haren en woedende ogen. Voor haar een groot glas cognac.
Wat is de aanklacht, hoorde Lucie zichzelf vragen.
“Leo heeft mijn dromen gepikt”, begon Lotte. “Hij is een dromendief.”
“Welke dromen?” vroeg rechter Lucie.
Lotte nam een slok, haalde diep adem en richtte zich moeizaam op. Met een trillende vinger wees ze naar Leo. “Meneer daar zou een vrouw ten huwelijk vragen op een avond met vuurwerk en live muziek en rozenregen. Mij. En dan zouden ze verdomme gelukkig worden, hij en ik. Maar alles is gestolen. Mijn vuurwerk liet hij voor een andere vrouw afsteken. Hij liet zingen voor een andere vrouw. Bestelde rozenblaadjes, maar niet voor mij. Hij steelt mijn droom!”
“Ja dat zal best. Maar wat wilt u nu dan?” viel zijn advocate haar in de rede. Lucie kende haar. Ze wist niet meteen waarvan. “Het stelen van dromen staat niet in wetboek van strafrecht. En die droom vindt u nu vast ook niet zo mooi meer.” Dat was het! Ze was die knappe ambitieuze kandidate uit De nieuwe Moszkowicz. Nienke.
“Nee!” riep Lotte, die haar ook had herkend. “Daar weet jij alles van he? Hoe vond jij het toen jouw Bram ineens met die hoogblonde boebiez-babe aan kwam zetten?”
De advocate verloor haar zelfbeheersing en begon te gillen.
“Orde!” gebood Lucie. Ze hamerde en zag haar telefoon in stukken liggen.
Een zandbak. Twee peuters trokken aan een pop. “Van mij!” riep het meisje.
“Nee, van mij!” riep het jongetje.
“Ik vind jou stom!” riep zij.
“Ik vind jou nog stommer!” riep hij.
Ineens scheurde de pop. En ook de zandbak viel uiteen in twee helften. Geschrokken renden de kinderen de zandbak uit, elk een andere kant op. De stukken pop bleven liggen in de gescheurde zandbak.
Toen werd Lucie wakker. Het was midden in de nacht maar ze kon de slaap niet weer vatten. Ze bedacht dat ze de twee eigenlijk los van elkaar zou moeten zien: Lotte met haar verdriet en Leo met zijn avances. Maar daarvoor zou ze zich moeten opknippen. Dat was nooit haar ding geweest. Er voor hen beiden zijn zat er niet in.
Maar moest ze zich nu door hun gedoe laten weerhouden van haar eigen droom? Maar wat was er na vanavond nog over van die droom? Voelde ze zich nog wel thuis in een droom met Leo? Of in een met Lotte?
"Luus?" Ze hoorde de stem van Lotte vanuit de woonkamer.
En hield zich stil.
Wordt vervolgd
Ze droomde van een zonovergoten villa. Een makelaar hamerde net een bord “verkocht” in de tuin. Lucie liep de oprijlaan op en werd bijna van de sokken gereden door een kwade vrouw in een open sportwagen. In een flits herkende ze Lotte. Door de stofwolken zag ze Leo bij de deur van de villa staan. Hij pinkte een traan weg en zei: “Welkom in ons huis Lotte, eehm, Lucie.”
Een rechtszaal. In de beklaagdenbank zat Leo te smsen, overal koffievlekken op zijn kleding. Een verleidelijke advocate fluisterde in zijn oor dat hij zijn telefoon moest uitzetten.
Rechts zat aanklager Lotte, in toga, met wilde haren en woedende ogen. Voor haar een groot glas cognac.
Wat is de aanklacht, hoorde Lucie zichzelf vragen.
“Leo heeft mijn dromen gepikt”, begon Lotte. “Hij is een dromendief.”
“Welke dromen?” vroeg rechter Lucie.
Lotte nam een slok, haalde diep adem en richtte zich moeizaam op. Met een trillende vinger wees ze naar Leo. “Meneer daar zou een vrouw ten huwelijk vragen op een avond met vuurwerk en live muziek en rozenregen. Mij. En dan zouden ze verdomme gelukkig worden, hij en ik. Maar alles is gestolen. Mijn vuurwerk liet hij voor een andere vrouw afsteken. Hij liet zingen voor een andere vrouw. Bestelde rozenblaadjes, maar niet voor mij. Hij steelt mijn droom!”
“Ja dat zal best. Maar wat wilt u nu dan?” viel zijn advocate haar in de rede. Lucie kende haar. Ze wist niet meteen waarvan. “Het stelen van dromen staat niet in wetboek van strafrecht. En die droom vindt u nu vast ook niet zo mooi meer.” Dat was het! Ze was die knappe ambitieuze kandidate uit De nieuwe Moszkowicz. Nienke.
“Nee!” riep Lotte, die haar ook had herkend. “Daar weet jij alles van he? Hoe vond jij het toen jouw Bram ineens met die hoogblonde boebiez-babe aan kwam zetten?”
De advocate verloor haar zelfbeheersing en begon te gillen.
“Orde!” gebood Lucie. Ze hamerde en zag haar telefoon in stukken liggen.
Een zandbak. Twee peuters trokken aan een pop. “Van mij!” riep het meisje.
“Nee, van mij!” riep het jongetje.
“Ik vind jou stom!” riep zij.
“Ik vind jou nog stommer!” riep hij.
Ineens scheurde de pop. En ook de zandbak viel uiteen in twee helften. Geschrokken renden de kinderen de zandbak uit, elk een andere kant op. De stukken pop bleven liggen in de gescheurde zandbak.
Toen werd Lucie wakker. Het was midden in de nacht maar ze kon de slaap niet weer vatten. Ze bedacht dat ze de twee eigenlijk los van elkaar zou moeten zien: Lotte met haar verdriet en Leo met zijn avances. Maar daarvoor zou ze zich moeten opknippen. Dat was nooit haar ding geweest. Er voor hen beiden zijn zat er niet in.
Maar moest ze zich nu door hun gedoe laten weerhouden van haar eigen droom? Maar wat was er na vanavond nog over van die droom? Voelde ze zich nog wel thuis in een droom met Leo? Of in een met Lotte?
"Luus?" Ze hoorde de stem van Lotte vanuit de woonkamer.
En hield zich stil.
Wordt vervolgd