Een andere regel is nooit te daten met een persoon die een slecht zichtbare foto plaatst.
Mijn eerste ervaring met een date, heel, heel lang geleden. Ter lering ende vermeack.
Loes was echt heel lief. Ze ontweek mijn vragen over haar foto. Slechts één foto vertrouwde ze me na herhaald vragen toe, van jaren geleden, en ook nog heel onduidelijk en klein. “Ik zie er heel leuk uit hoor” was steevast haar antwoord. Op haar vraag, of ik voor de inhoud ga of het uiterlijk, heb ik altijd eerlijk met ‘beiden’ geantwoord. Iedereen valt ergens op. Ik op slank; ieder z’n voorkeur. Onze gesprekken liepen voorspoedig. Ze was een lieve en gezellige vrouw. Dus regel van snel daten toegepast.
Ik zou haar thuis ophalen en we zouden een kleinigheidje nuttigen.
Onderweg bedacht ik een grapje. Ik belde haar dat ze me zou herkennen aan mijn auto, een originele fiat 500. Dat overdekte gemotoriseerde boodschappenkarretje past in mijn lange, te grote Amerikaan, maar dat wist zij nog niet.
Haar reactie had ik niet verwacht. “Wat? Maar daar ga ik niet in. In zo een Italiaans koekblikje, man, daar pas ik niet in dus forget it.”
Ik heb geleerd dat je vrouwen niet altijd letterlijk moet nemen maar soms is dat beter wel te doen. Maar dat is achteraf kennis. Ik maakte het af met de afspraak dat we wel zouden zien.
“Je kunt me in ieder geval herkennen want er zitten wat deuken in en de deuren zitten nog in de grondverf van de vorige aanrijdingen”. De toon was gezet. Ze mompelde wat over ‘mijn lijk’ en taxi’s.
Het lachen zou me snel vergaan. Ik belde met mijn autotelefoon en ze vroeg me voor haar huis te wachten. De deur ging open en er kwam een mastodont uit. Een vrouw met een lijf zo groot dat je het eromheen lopen alleen overleeft als je voedselpakketten meeneemt voor onderweg. Ze zette voorzichtig haar ene been voor het andere en het hele gevaarte klotste mee. Het hele Europese vleesberg-overschot stond voor mijn wagen. Mijn net niet doorgezette hersenbloeding te boven stapte ik uit. “Hoi” hijgde ze. Ze had tenslotte al 5 meter gelopen. Ik kon de woorden ‘zal ik je erin rollen’ nog net inslikken.
“Aha”, zei ze lachend kijkend naar mijn 7 persoons bolide, “hier kom ik wel in”. Ja, dacht ik, in jou zal moeilijker zijn.
Wat moest ik. Enerzijds vind ik het oprecht zielig als het om een ziekte of zoiets gaat, maar dit kan je een date niet onaangekondigd aandoen. Ze weet dat ze wat ‘onsjes teveel heeft’ dus deze uitzonderlijkheid verbergen acht ik niet juist. Haar foto’s achterhouden om deze –begrijpelijke- reden is een vorm van relevante info verbergen. Ik voelde me dus vrij rechtsomkeer te maken, mocht ik er met mijn auto omheen komen natuurlijk.
Aan de andere kant, laat ik dat goede mens ook eens leuke avond bezorgen, ben er nu toch.
Had ik maar moeten persisteren met de foto’s. Eigen schuld.
Ik hielde de deur voor haar open en ze draaide haar hele derrière richting stoel. Bijna klem tussen de stijlen liet ze de hele vleesbult achterover vallen. Eagle has landed. Nu moesten haar tempelzuilen er nog in. Tja wat moet ik nou, helpen hijsen of juist niet?
Terwijl ze me aankeek lukte het haar een zuil erin te draaien. “Je mag wel helpen hoor”, nodigde Loes uit. Ja, dacht ik, waarom niet? Ik heb een date en na 2 minuten heb ik al een been in mijn nek. Met wat opdrukken en duwen zat ze.
Ik ging zitten en dat kon alleen tegen haar aan. Een dikke bak en nog tegen elkaar aanzitten. Er hing wat vlees over de middenconsole. Gelukkig is mijn Amerikaan een automaat.
Loes had een enorme zelfspot en stak zelf voortdurend de draak met haar omvang. Gelukkig. “Denk je dat we vooruit komen?” grapte ze, mij lachend aankijkend. “Ik denk het wel want de weg loopt hier naar beneden”, kwam er iets te vrolijk bij mij uit.
Ze had geen nek. Die was overwoekerd, bedolven.
Onder haar kinnen, een stuk of 4, zaten dikke rollen. Haar borsten konden dienst doen als serveerplateau en liepen gelijk met haar lebmaag. Daaronder volgde een paar boekmagen.
“Wat gaan we eten?”, vroeg ze. Ja, dit moet je natuurlijk niet vragen, dat werkt op mijn lach- en gevatheidspieren. Voordat ik het wist gooide ik “broodje Olifant” eruit. Verschrikt keek ik haar aan. Dikke mensen hebben vaak humor en mijn auto schudde. Hele prestatie om 1800 kg in beweging te krijgen.
“Eentje?” vroeg ze en we lachten. “Ja”, antwoordde ik “want anders overschrijden we het maximale laadvermogen.” Nu zaten nu allebei dubbel. Ze stikte er bijna van en om de stemming te verhogen begon ze ook nog even te rochelen.
Dat heb ik weer. Wat hangt die wagen over in de bochten, dacht ik hangend aan mijn stuur.