De zondag met Anna werd anders dan in eerste instantie gedacht. Zij wilde de hele dag eerst opwarmen voordat ze mij voor de tweede keer onder ogen durfde te komen. En vooraf de ongetwijfeld hoogoplopende spanning delen met een vriendin. De hele dag in de sauna klessebessen over ‘de eerste date’ en doorleven wat de afgelopen week in haar was omgegaan.
Gelukkig biedt een dag 24 uur en dus spraken we af na de warming-up. Op het strand, in een café. Ik wilde weer vroeg gaan, maar had het druk en kwam pas tegen zessen aan. Nog wel te vroeg, want net als de eerste keer hadden we opnieuw om acht uur afgesproken. Ik houd van tradities. Anna blijkbaar ook.
Toen ik het strand opstapte, was het rustig. Sterker nog, er was helemaal niemand. Een eenzame roker stond voor het café, verder overheerstte de stilte. In de verte windmolens in het water. Dichterbij hoorde ik wel de klanken van een prettig spelende band.
Ik stapte de deur van de kroeg binnen en werd besprongen door de warmte. Het was druk, overal zaten mensen, kinderen en honden. Aan het einde een vurige open haard. Op het podium de band. Ik keek om me heen op zoek naar een plek. Alleen aan de bar was een kruk alleen. Ik nam plaats. Kreeg meteen een menu-kaart en bestelde. “En een bier graag.”
Ik dacht aan Anna, hoe ze de hele dag in de hitte, het water, op de houten banken, in badjas nippend en genietend van gezonde drankjes haar vriendin vertelde over mij. Je zou denken dat ze snel uitgepraat zouden zijn, maar waarschijnlijk deelde ze intimiteiten en verwachtingen waar ik geen weet van had. Wellicht zou ik daar vanavond meer van horen. Als ik tenminste weer af kon dalen naar mezelf, naar mijn geaarde gronding, naar mijn kern waar ik thuis ben. Gelukkig wist ik dankzij de woorden die we de afgelopen dagen via blogs en columns deelden, dat ik nergens bang voor hoefde te zijn. En dat was ik dan ook niet.
Rond half acht werd het rustiger. Gezinnen met kinderen gingen huiswaarts. Er kwamen tafeltjes vrij. Ik nam er een in bezit en bestelde een fles witte wijn. Een koeler was er niet. Jammer, zou wel eens nodig kunnen zijn.
De tijd ging nu steeds langzamer. Ik richtte mijn blik op de deur en nam nog een slok van de koude wijn. Opeens een frisse hand in mijn nek. Ik draaide me om. Anna. De tweede afspraak was begonnen….
Het gesprek ging automatisch verder waar we de volgende keer gebleven waren. De sauna werd besproken. Het eten en de band. De gedachten en gevoelens van de dagen sinds woensdag passeerden de revue. Het voelde allemaal perfect, de overeenkomsten stapelden zich op.
Om tien uur vroeg Anna of het geen tijd was om even een rondje te lopen. Alleen. Ik keek haar vragend aan maar realiseerde me op tijd wat ze bedoelde. Ik stond op, deed mijn jas aan en liep naar de deur. Op het strand keek ik naar de maan, voelde de koude wind en checkte mijn telefoon. Geen berichten. Na vier minuten stortte ik me weer in de warmte van het café. Ik liep naar Anna en kuste haar. Onze derde afspraak was begonnen.
Wanneer blijf je bij iemand slapen? Wanneer nodig je iemand uit om de nachttrein de nachttrein te laten en met jou mee te gaan naar huis. De eerste keer? Meestal niet. En eigenlijk is de tweede afspraak ook te vroeg. Daarna is het verdedigbaar.
Een paar uur later stapte Anna achter op haar fiets, omarmde mijn middel en zei: “Neem hier de eerste straat links en dan rechtdoor. Ik leid je wel. Rijd je niet te hard?”
Gelukkig biedt een dag 24 uur en dus spraken we af na de warming-up. Op het strand, in een café. Ik wilde weer vroeg gaan, maar had het druk en kwam pas tegen zessen aan. Nog wel te vroeg, want net als de eerste keer hadden we opnieuw om acht uur afgesproken. Ik houd van tradities. Anna blijkbaar ook.
Toen ik het strand opstapte, was het rustig. Sterker nog, er was helemaal niemand. Een eenzame roker stond voor het café, verder overheerstte de stilte. In de verte windmolens in het water. Dichterbij hoorde ik wel de klanken van een prettig spelende band.
Ik stapte de deur van de kroeg binnen en werd besprongen door de warmte. Het was druk, overal zaten mensen, kinderen en honden. Aan het einde een vurige open haard. Op het podium de band. Ik keek om me heen op zoek naar een plek. Alleen aan de bar was een kruk alleen. Ik nam plaats. Kreeg meteen een menu-kaart en bestelde. “En een bier graag.”
Ik dacht aan Anna, hoe ze de hele dag in de hitte, het water, op de houten banken, in badjas nippend en genietend van gezonde drankjes haar vriendin vertelde over mij. Je zou denken dat ze snel uitgepraat zouden zijn, maar waarschijnlijk deelde ze intimiteiten en verwachtingen waar ik geen weet van had. Wellicht zou ik daar vanavond meer van horen. Als ik tenminste weer af kon dalen naar mezelf, naar mijn geaarde gronding, naar mijn kern waar ik thuis ben. Gelukkig wist ik dankzij de woorden die we de afgelopen dagen via blogs en columns deelden, dat ik nergens bang voor hoefde te zijn. En dat was ik dan ook niet.
Rond half acht werd het rustiger. Gezinnen met kinderen gingen huiswaarts. Er kwamen tafeltjes vrij. Ik nam er een in bezit en bestelde een fles witte wijn. Een koeler was er niet. Jammer, zou wel eens nodig kunnen zijn.
De tijd ging nu steeds langzamer. Ik richtte mijn blik op de deur en nam nog een slok van de koude wijn. Opeens een frisse hand in mijn nek. Ik draaide me om. Anna. De tweede afspraak was begonnen….
Het gesprek ging automatisch verder waar we de volgende keer gebleven waren. De sauna werd besproken. Het eten en de band. De gedachten en gevoelens van de dagen sinds woensdag passeerden de revue. Het voelde allemaal perfect, de overeenkomsten stapelden zich op.
Om tien uur vroeg Anna of het geen tijd was om even een rondje te lopen. Alleen. Ik keek haar vragend aan maar realiseerde me op tijd wat ze bedoelde. Ik stond op, deed mijn jas aan en liep naar de deur. Op het strand keek ik naar de maan, voelde de koude wind en checkte mijn telefoon. Geen berichten. Na vier minuten stortte ik me weer in de warmte van het café. Ik liep naar Anna en kuste haar. Onze derde afspraak was begonnen.
Wanneer blijf je bij iemand slapen? Wanneer nodig je iemand uit om de nachttrein de nachttrein te laten en met jou mee te gaan naar huis. De eerste keer? Meestal niet. En eigenlijk is de tweede afspraak ook te vroeg. Daarna is het verdedigbaar.
Een paar uur later stapte Anna achter op haar fiets, omarmde mijn middel en zei: “Neem hier de eerste straat links en dan rechtdoor. Ik leid je wel. Rijd je niet te hard?”