Zo ongeveer voelt het ook als je op je vijftigste begint met pianoles. Voor een kind is een drie-tonig liedje een uitdaging en van elke vordering wordt het enthousiast. Voor een vijftigjarige is elke vordering in het begin eerder een bron van schaamte. Het is een periode waar je doorheen moet.
Er is ook niet iemand die steeds roept: ‘joh, wat kun jij dat toch goed,’ of ‘speel nog eens een stukje voor me’. Wat je als kind natuurlijk graag doet. Als jou dat op je vijftigste overkomt, dan is dat infantiliserend en word je er moedeloos van en wil je nog maar één ding: stoppen met pianoles.
Drie-tonige liedjes oefenen op je vijftigste is niet sexy. Als je dat dan toch onderneemt, omdat je altijd al piano had willen spelen en je het gevoel hebt dat je muzikaal genoeg bent… dan heb je wel lef en in zekere zin: gevoel voor eigenwaarde! Maar het is eenzaam en het werpt in sociaal opzicht pas vruchten af, op het moment dat het wat meer volwassen gaat klinken en het leuk wordt om het met anderen te delen.
Het belangrijkste is wel het stemmetje in jezelf dat je gaandeweg blijft aansporen: ‘je kunt het, het gaat goed zo!’ Met andere woorden. Je hebt er plezier in. De motivatie komt van binnenuit: je bent intrinsiek gemotiveerd (zo’n mooi begrip!).
Het ontwikkelen van je talenten is –volgens mij- nodig om gelukkig te zijn. Ik weet werkelijk niet wat mooier is. Dat of de liefde. Misschien gaat het wel hand in hand.
Zo ongeveer, voelt het ook als je op je vijftigste een probleem uit je jeugd wilt oplossen. Zo’n probleem.. waardoor je gevoel voor eigenwaarde geknakt is en waarvan je het oplossen destijds, om wat voor een reden dan ook, uit de weg bent gegaan, waardoor je altijd ‘onverklaarbaar’ bang bent gebleven, in sociaal opzicht. Met alle zijsporen van dien.
Een jeugdprobleem oplossen op je vijftigste is niet sexy. Als je dat dan onderneemt, omdat je altijd al had willen leven en je het gevoel hebt dat je levenslustig genoeg bent… dan heb je wel lef en in zekere zin: gevoel voor eigenwaarde!
Het oplossen van jeugdproblemen is -volgens mij- nodig om gelukkig te worden, maar ik weet wèl wat mooier is: het ontwikkelen van je talenten en de liefde. Misschien gaat het allemaal wel hand in hand! Ik hoop het. Ik probeer het.
Wàt een oversteek, wat een golven, wat een wind, wat een deining! Je moet er doorheen. Op weg naar rustig vaarwater.