Speeddaten via de chat. Het kan. Bij next-lover. Of Paiq. Datingssites met een heel ander concept. Geen profielen, maar wazige foto’s die pas zichtbaar worden naarmate je langer met elkaar woorden hebt gewisseld. In den beginne weet je niets van elkaar, behalve leeftijd en woonafstand. En een matchingscore op basis van ingevulde stellingen. Het systeem koppelt je aan mensen die zogenaamd bij je passen. En dan kun je chatten. Of je gaat speeddaten. Dan krijg je contact met iemand die op dat moment ook online is. Matchingscore doet dan niet ter zake…
Anna wilde speeddaten en ik zei ja. 40 jaar, 50 km afstand, 82 matchpunten. Dat kan leuk worden. En ik was in de goede stemming. Heel belangrijk. Een goede stemming. Als je gaat chatten. Zonder goed gevoel typ ik slecht, maak ik rare opmerkingen of blijf ik stil. En dat werkt in een chat niet zo goed.
Het eerste waar Anna naar keek, was de reisafstand. “50 Kilometer is best ver als je vanavond nog wilt daten?” “Ja”, reageerde Anna. “Dat wordt niks. En met drie wijn is dat sowieso niet verstandig.“ We zouden dus niet gaan daten. Maar praten kon wel. En we vertelden wat over onszelf. Liefhebberijen, kinderen, films, werk, hobby’s, gedachten, politiek, boeken, wensen. Alles kwam voorbij. En het werd ook best spooky, want hoe meer we deelden, hoe meer overeenkomsten we zagen. Echt bizar werd het toen we beiden bekenden te schrijven.
“Wat schrijf je?”
“Columns.”
“In een tijdschrift, krant of voor jezelf op een weblog?”
“Nog minder dan dat. Voor mijzelf. Ik oefen en vind het enorm leuk om te doen. Ik laat het vrienden lezen.”
“Leuk... ik doe hetzelfde. Maar dan voor iedereen leesbaar."
“Wat schrijf je?”
“Columns... over daten en leven als single.”
“Haha, dat is mijn onderwerp dus… ik schrijf alleen maar columns over dating en single leven.”
“Mag ik er een lezen?”
“Mag ik er een van jou?”
We deelden e-mailadressen en stuurden elkaar columns. Het bleef een tijdje stil. Heel stil. Ik stuurde nog een tekst, waardoor de stilte langer aanhield en alleen werd onderbroken door een nieuwe mail. Met een column van haar. We lazen gretig elkaars schrijfsels. Ik werd enthousiast over de herkenbaarheid in haar verhalen. En ze waren aanleiding tot verdieping. En doorvragen. Over en weer.
De volgende dag ging het columns sturen door. En bleken we nog meer hobby’s te delen.
“Nog even en we zijn kopieën van elkaar. Ik denk dat ik een cursus fotografie ga volgen.”
“Als je nog een model zoekt?”
“Ja, ik zoek nog een model. Een die toevallig woensdagavond in Amsterdam aan een glas wijn zit.”
Die woensdagavond liep ik om 19.30 uur een café in Amsterdam binnen.
Anna wilde speeddaten en ik zei ja. 40 jaar, 50 km afstand, 82 matchpunten. Dat kan leuk worden. En ik was in de goede stemming. Heel belangrijk. Een goede stemming. Als je gaat chatten. Zonder goed gevoel typ ik slecht, maak ik rare opmerkingen of blijf ik stil. En dat werkt in een chat niet zo goed.
Het eerste waar Anna naar keek, was de reisafstand. “50 Kilometer is best ver als je vanavond nog wilt daten?” “Ja”, reageerde Anna. “Dat wordt niks. En met drie wijn is dat sowieso niet verstandig.“ We zouden dus niet gaan daten. Maar praten kon wel. En we vertelden wat over onszelf. Liefhebberijen, kinderen, films, werk, hobby’s, gedachten, politiek, boeken, wensen. Alles kwam voorbij. En het werd ook best spooky, want hoe meer we deelden, hoe meer overeenkomsten we zagen. Echt bizar werd het toen we beiden bekenden te schrijven.
“Wat schrijf je?”
“Columns.”
“In een tijdschrift, krant of voor jezelf op een weblog?”
“Nog minder dan dat. Voor mijzelf. Ik oefen en vind het enorm leuk om te doen. Ik laat het vrienden lezen.”
“Leuk... ik doe hetzelfde. Maar dan voor iedereen leesbaar."
“Wat schrijf je?”
“Columns... over daten en leven als single.”
“Haha, dat is mijn onderwerp dus… ik schrijf alleen maar columns over dating en single leven.”
“Mag ik er een lezen?”
“Mag ik er een van jou?”
We deelden e-mailadressen en stuurden elkaar columns. Het bleef een tijdje stil. Heel stil. Ik stuurde nog een tekst, waardoor de stilte langer aanhield en alleen werd onderbroken door een nieuwe mail. Met een column van haar. We lazen gretig elkaars schrijfsels. Ik werd enthousiast over de herkenbaarheid in haar verhalen. En ze waren aanleiding tot verdieping. En doorvragen. Over en weer.
De volgende dag ging het columns sturen door. En bleken we nog meer hobby’s te delen.
“Nog even en we zijn kopieën van elkaar. Ik denk dat ik een cursus fotografie ga volgen.”
“Als je nog een model zoekt?”
“Ja, ik zoek nog een model. Een die toevallig woensdagavond in Amsterdam aan een glas wijn zit.”
Die woensdagavond liep ik om 19.30 uur een café in Amsterdam binnen.