Waarom laat ik mij zo heen en weer slingeren door de wil van anderen? Oud en nieuw niet samen, maar de dagen erna wel? Waarom kon ik deze verleiding niet weerstaan? Is het typisch vrouwelijk, dat je de club bij elkaar wil houden? Is dat typisch iets van mij? Hebben anderen dat ook? Is het aangeleerd aan de hand van in de loop der tijden ingesleten cultureel bepaalde normen en waarden of is het gewoon natuurlijk?
We zijn niet haatdragend, maar we zijn wel uit elkaar! Er zijn geen anderen, maar we zijn wel allebei aan het daten! En we kijken ook weer allebei in de spiegel, hoe het met de buikjes en de billen gesteld is. Geen twijfel over mogelijk. Geen weg meer samen, anders dan de weg: nog een paar dingen voor de kinderen. En de kinderen zijn ook niet gek. En misschien was het hele huwelijk (vóór de kinderen) wel voor de kinderen. Ik weet het soms nog niet. Maar misschien moet ik het ook niet willen weten. Dat zeggen ze weleens.
En nu met daten moet je altijd rekening houden met de dagen dat de kinderen er wel zijn en wanneer niet. En als je een klik hebt, is het de vraag of de klik er dan ook met de kinderen zal zijn.
Lastig hoor, kinderen.
Ik heb zelf het gevoel, dat ik ook in dat parket ben opgegroeid. Er was eten, een eigen kamer, er was alles. Maar verder moest niemand last van je hebben. Alleen gemak. Volop gemak graag, met tastbare resultaten, zodat ze trots op je konden zijn en leuke dingen over je konden vertellen, dan was ook de betrokkenheid er volop, maar als je boos was, of down, of anderszins negatief.. daar was geen ruimte voor, of meteen heel gewichtig. Hulpverlening was er nog niet in die tijd, alleen de dominee en de huisarts, maar die waren er ook niet voor opgeleid. Misschien dat ik mij daarom wel zo heen en weer laat slingeren door de wil van anderen. Ik had helemaal geen wil. In ieder geval: niets te willen.
Van harte hoop ik, dat ik het nog mee mag maken dat ik de kunst om naar mijn eigen hart te luisteren leer beheersen, opdat mijn kinderen bij mij de ruimte voelen er te mogen zijn zoals zij zijn. En ik hoop ook, dat hun vader en ik vreedzaam met elkaar kunnen blijven omgaan. Wat voor ‘anderen’ er ook in ons leven komen. Daar wil ik op vertrouwen. Laat het ademen beginnen. A… dem.