Na veel flirtend heen en weer getwitter is het moment gekomen foto’s uit te wisselen. Van haar heb ik al een beeld. Haar Twitter-avatar spreekt boekdelen: fris, stralend, mooi.
“Ben jij dat op je profielfoto?” vraagt ze.
“Helaas,” zeg ik. “Dat is Colin Firth uit ‘A Single Man‘.”
“Ok… die zou ik toch moeten herkennen…..:-)”
Ik mail de foto’s. Nu is het lijdzaam wachten. Spannend.
“Hoezo lijdzaam wachten?” vraagt ze.
“Op een reactie… Kan nu alle kanten opgaan… Ik ben geen Colin Firth.”
Haar reactie komt snel. “Hm… ik denk niet dat je echt mijn type bent… om gelijk maar heel eerlijk te zijn… niks mis met je hoor! maar niet the type of man.”
“Ouch… maar ik waardeer je eerlijkheid. Wat mis je?”
“Geen idee eigenlijk. Vind één foto wel heel mooi…. ik heb geen idee… misschien wel omdat het onbekend is… kweenie.”
“Mooie foto, geen type. Onbekend… wat zou je willen weten?”
“Ik val op slanke mannen, groter dan ik…”
Mijn laatste tweet luidt: “Ik ben 182 cm.” Daarna blijft het stil.
Ik weet wel, het zegt allemaal niets. Ik neem haar ook niets kwalijk. Sommige foto’s spreken mij ook niet aan. Sterker nog, ik heb vrouwen leren kennen waar ik op basis van de foto nooit op was afgestapt. En die blijken driedimensionaal geweldig veel meer uitstraling te hebben dan in twee dimensies zichtbaar werd. Het heeft mij geleerd niet al teveel waarde te hechten aan de foto.
Die avond speeddate ik op Paiq. Na een leuk gesprek zien we twintig minuten later elkaars beeltenis. Een grote krullenbol lacht me stralend toe. Ik ben verkocht en schrijf: “Dit soort krullenbollen doen het goed bij mij.”
Het blijft even stil. “Je bent niet mijn type man, vrees ik.”
Het is duidelijk mijn dag niet.
“Je bent de tweede vandaag die dat zegt…”
“Ja? Lijkt me niet leuk. Maar je kent ons niet, dus trek het je niet aan.”
Dat doe ik ook niet. Ik ken de man op de foto goed.
“Ben jij dat op je profielfoto?” vraagt ze.
“Helaas,” zeg ik. “Dat is Colin Firth uit ‘A Single Man‘.”
“Ok… die zou ik toch moeten herkennen…..:-)”
Ik mail de foto’s. Nu is het lijdzaam wachten. Spannend.
“Hoezo lijdzaam wachten?” vraagt ze.
“Op een reactie… Kan nu alle kanten opgaan… Ik ben geen Colin Firth.”
Haar reactie komt snel. “Hm… ik denk niet dat je echt mijn type bent… om gelijk maar heel eerlijk te zijn… niks mis met je hoor! maar niet the type of man.”
“Ouch… maar ik waardeer je eerlijkheid. Wat mis je?”
“Geen idee eigenlijk. Vind één foto wel heel mooi…. ik heb geen idee… misschien wel omdat het onbekend is… kweenie.”
“Mooie foto, geen type. Onbekend… wat zou je willen weten?”
“Ik val op slanke mannen, groter dan ik…”
Mijn laatste tweet luidt: “Ik ben 182 cm.” Daarna blijft het stil.
Ik weet wel, het zegt allemaal niets. Ik neem haar ook niets kwalijk. Sommige foto’s spreken mij ook niet aan. Sterker nog, ik heb vrouwen leren kennen waar ik op basis van de foto nooit op was afgestapt. En die blijken driedimensionaal geweldig veel meer uitstraling te hebben dan in twee dimensies zichtbaar werd. Het heeft mij geleerd niet al teveel waarde te hechten aan de foto.
Die avond speeddate ik op Paiq. Na een leuk gesprek zien we twintig minuten later elkaars beeltenis. Een grote krullenbol lacht me stralend toe. Ik ben verkocht en schrijf: “Dit soort krullenbollen doen het goed bij mij.”
Het blijft even stil. “Je bent niet mijn type man, vrees ik.”
Het is duidelijk mijn dag niet.
“Je bent de tweede vandaag die dat zegt…”
“Ja? Lijkt me niet leuk. Maar je kent ons niet, dus trek het je niet aan.”
Dat doe ik ook niet. Ik ken de man op de foto goed.