“Zou je het aandurven weer iets af te spreken…:-) Zou ik leuk vinden. Wandeling in het bos of strand, ergens wijnen, museumbezoek… ik wil ook best een voorstel doen maar dan moet ik even weten of je wilt / kunt / zin hebt en wanneer je zou kunnen.”
Anna reageerde snel:
“Of ik het aandurf… ja, ik wel. Durf jíj het aan? Maar het is wellicht ook wel een beetje vroeg. Maar laten we even zien wanneer het uitkomt.”
Twee weken later deed ik een concreet voorstel, maar ze was dan skiën. Zes weken kwam de voorgestelde datum ook niet uit. “Andere keer?” Gisteren deed ik een nieuwe poging:
“In het kader van drie keer is scheepsrecht… Zou ik het nog steeds leuk vinden je weer te zien. Het is zes maanden geleden dat we elkaar troffen… Mooie herinneringen.”
Ik noemde wat data en eindigde:
“Laat maar weten. En laat het svp ook weten als je er liever vanaf ziet… Zou zomaar kunnen. Ik zal het je niet kwalijk nemen.”
Vrij snel kreeg ik antwoord:
“Zes maanden geleden dat we elkaar troffen? Dat klinkt lang en ook weer niet. Eerlijk gezegd ben je zo ontzettend uit mijn hoofd dat het raar zou voelen om met je af te spreken. Er zijn veel dingen, zaken, gebeurtenissen tussendoor gebeurd en het lijkt of ik dan weer terugkruip naar de tijd, waar ik helemaal niet naar terug verlang. Ik vond het destijds leuk met je. En we hebben het beëindigd en ik dacht dat we elkaar nog wel zouden zien, maar mijn gevoel om het willen om te zetten in doen, is verdwenen. Dus ik hou je leven een beetje in de gaten via je blogs, doe je bij mij ook denk ik. En dat is dat.”
Ouch. Dat deed me meer pijn dan ik verwachtte. Natuurlijk, het kan. Drie maanden vliegen voorbij en het leven gaat gewoon door. Nieuwe ontwikkelingen, gebeurtenissen en/of dates brengen je voordat je het weet in een nieuwe staat. Misschien wel in een nieuw ‘leven’.
Zelf verbreek ik nooit lijnen met mijn verleden. Dat wil overigens niet zeggen dat ik met iedereen actief contact houd. Soms bloedt het dood, soms verdwijnen herinneringen door intensere ervaringen. Ik besluit:
“Van alle mogelijke antwoorden had ik deze het minste verwacht. Het verdriet me een klein beetje. Maar fijn dat je het zo eerlijk vertelt.”
Ik neem haar ook niets kwalijk. Maar toch, het doet pijn. Anna’s vier laatste staccato korte woorden steken stotend in mijn buik. En – Dat – Is – Dat.