Vanmiddag zat ik op een terrasje honderduit te kletsen met een vriendin. Dat is fijn met vrienden: gewoon lieve, aardige, integere mensen om je heen met wie het gezellig toeven is. Mensen die om je geven, die graag bij je willen zijn, die je aardig vinden, die hun wederwaardigheden graag met je delen, omdat jij het graag van ze wil horen en van wie zij graag een weerwoord willen. En bij wie jij op jouw beurt de oren van de kop kunt zeuren en zaniken en met wie je uiteraard ook veel lol hebt.
Hier zoek ik ook vriendschap, mèt een extra-plus gehalte.
Ik zoek hier niet ‘extra-plus’ zonder vriendschap. Van de week voelde ik me wel een beetje in die hoek gedrukt. Leuk gemaild, aardig telefoongesprek. Hij wilde naar me toe komen. Ik wilde op neutraal terrein afspreken (gewoon volgens algemene tiplijstjes bij daten, ja toch?). Hij bleef aanhouden om de ontmoeting thuis te laten plaatsvinden. Geloof het of niet: ik ben dan in tweestrijd. Wat moet ik? Het mailen was grappig, het telefoongesprek was aardig, moet ik wel zoveel reserves inbouwen? Dat is toch niet aardig tegenover zo’n man? Hij zal toch niet meteen met me willen..
Mede door een opkomende verkoudheid en een kop vol met watten werd mijn traagheid van begrip versterkt. Wat moest ik er allemaal van denken? (Nu wil er iemand contact met mij, maar ik trap op de rem, omdat ik denk dat hij te veel, wat zeg ik: veel te veel, ineens wil. En ik vermoed ook nog, dat hij dat allemaal in slechts één ontmoeting wil proppen.) 'Dus.. zeg het maar..,' zei hij.
(Possess, wat is daarop uw antwoord?) 'NEE,' zei ik.
En het bleef me nog een hele poos bezighouden, want ik vond het sneu en ik had misschien toch ook wel aanleiding gegeven met mijn jolige gemail en hij zei nog zo, dat hij zo niet was en hij vroeg zich af waar ik hem wel niet voor aanzag...
Daten kan hard zijn. En ik ook.