Nou, daar zitten we dan op zondagochtend achter de PC. Wat een feest! Ik heb de tip (van ‘ons’ Lucifera) van vorige week ter harte genomen, overwogen en geoefend voor de spiegel, maar terplekke ging het anders. We hadden een etentje voorafgaand aan het feest met zo’n dertig mensen. Mijn slachtoffer zat al aan een ander tafeltje, waar ik niet meer bij kon. Ik begroette hartelijk de mensen aan mijn tafel (vleugje overdreven, bijna om te laten zien hoezeer ik hem niet nodig had die avond…)
Was het zoete verbeelding of leek ik echt te merken, dat hij op dezelfde manier zijn best deed, om vooral niet te laten merken dat hij het leuk vond dat ik er was. Er was spanning, met af en toe blikken of half blikken of voelen dat hij voelde dat ik naar hem keek en ik voelde hem naar mij kijken (alhoewel ik het niet durfde te checken of het echt zo was). Ik ken hem nauwelijks, maar het kwam me voor dat hij heftig aan het toneelspelen was met vrouwen daar aan dat andere tafeltje, waarbij de één me gevaarlijker voorkwam dan de ander in mijn inschatting voor het verdere verloop van de avond.
Eenmaal in de feestzaal, was hij op zijn minst één keer zodanig langs mij gelopen, dat hij, met diezelfde flair ook voor mij even zijn best had kunnen doen. Maar… nee, dat gebeurde niet. Hij liep straal langs me heen. Tegen iemand die bij mij aan tafel had gezeten schreeuwde ik (wat door de harde muziek op ‘in het oor fluisteren’ lijkt:)’Ik wil naar hui-uis!!’ ‘Hoezo dan?’ vroeg hij, ’het begint net.’ ‘Ik vind iemand leuk hier, maar het gaat toch niets worden.’ ‘Oh, wie is dat dan?’ En met dat hij dat vroeg, stond de persoon in kwestie achter hem. Lang, atletisch, geen grammetje vet, mooi overhemd, gebruind door het bekende oer-festival, no nonsense en zijn gezicht is de vriendelijkheid zelve. (Even ter opfrissing: Ja, ik ben 53 en ik voelde me 13. Te groot voor de poppen en te klein voor de kerels.) ‘De avond is nog jong,’ fluisterde mijn tafelgenoot terug en zei erbij: ‘Ik zag hem net wel een paar keer naar je kijken. Er kan nog van alles gebeuren, joh.’
Dapper beet ik mij door de avond heen. Zag dat ik niet de enige was die af en toe in zijn/haar eentje op een afstand de boel stond te bekijken. Het was best de moeite waard om ook aandacht voor anderen te hebben. Omdat vrijwel iedereen in zijn uppie naar het feest was gekomen was het voor iedereen zoeken, hoe er zijn/haar draai te vinden en hoe lang men zich met één persoon wilde bezig houden. Steeds zocht ik toch weer even de geruststelling van mijn blik op die ene speciale aanwezige, tot ik hem - langer dan een sanitaire stop kan duren - kwijt was. Hij was weg!
Ik constateerde dat de kleur van het feest eraf was. Te weinig connectie met andere mensen om nog te blijven. Ik pakte mijn jas, groette mijn tafelgenoot die gezellig met iemand in gesprek was en vertrok. Eenmaal buiten de deur zat mijn fris gestreken overhemdje gewoon buiten, samen met een andere feestganger. ‘Ga je,’ vroeg hij. ’Ja.. eh,’ zei ik, ‘ik geloof het wel.’ ‘Kom erbij zitten,’ zei hij en schoof er een stoel bij. Tevreden, maar stuurloos haakte ik aan bij het gesprekje en ging gedwee weer mee naar binnen. Nu kan het leuk worden, dacht ik, terwijl ik de deur voor hem open hield, tot hij op de gang enthousiast een vrouw begroette en daar uitgebreid mee ging kletsen.
Vanaf dat moment heb ik mijn zinnen verzet en mijzelf een schouderklopje gegeven dat ik toch maar mooi dit hele feest aan het meemaken was en... hem niet nodig had. Toch? Hoe het kwam weet ik niet maar ik eindigde zoenend op straat met iemand anders. Die man had met een kwinkslag contact met mij gezocht, had me op 38 jaar geschat.. Werkt altijd. Was zelf 40. Ook leuk. Het ging al gauw over zijn bed en breakfast adres waar hij verbleef en of ik zin had om dat ook eens mee te maken. Op zich heel schattig! Maar ik koos ervoor om hem te laten weten, dat mijn belangstelling uitging naar iemand anders. Maar hij bond hij niet in. Het was dramatisch.
Mijn favoriet leek net tot inkeer te zijn gekomen en zat ten minste even vlak bij mij beschikbaar te wezen voor een praatje zo op het einde van het feest. Op dat moment vroeg mijn nieuwe gezelschap ondanks rugklachten om weer te dansen. Achter mij zag ik dat mijn bewuste man dames gedag zoende. Hij vertrok. Botste tegen mij op, zei: ‘Sorry,’ alsof ik een vreemde was en ik zag dat hij anderen gedag zwaaide.
Buiten bij de achteringang van het restaurant stond een bankje. Het leek mijn nieuwe gezelschap for the time beïng een goed alternatief, toen ik verzekerd had dat ik niet met hem mee zou gaan. Ik ook wel, wat kon me gebeuren. Een ober verontschuldigde zich geroutineerd, terwijl hij een flinke ton vol flessen in de glasbak ledigde. Mijn nieuwe gezelschap verklaarde me dat hij verdronk in mijn blik. Maar hoe kon dat? Mijn blik stond op oneindig.
Was het zoete verbeelding of leek ik echt te merken, dat hij op dezelfde manier zijn best deed, om vooral niet te laten merken dat hij het leuk vond dat ik er was. Er was spanning, met af en toe blikken of half blikken of voelen dat hij voelde dat ik naar hem keek en ik voelde hem naar mij kijken (alhoewel ik het niet durfde te checken of het echt zo was). Ik ken hem nauwelijks, maar het kwam me voor dat hij heftig aan het toneelspelen was met vrouwen daar aan dat andere tafeltje, waarbij de één me gevaarlijker voorkwam dan de ander in mijn inschatting voor het verdere verloop van de avond.
Eenmaal in de feestzaal, was hij op zijn minst één keer zodanig langs mij gelopen, dat hij, met diezelfde flair ook voor mij even zijn best had kunnen doen. Maar… nee, dat gebeurde niet. Hij liep straal langs me heen. Tegen iemand die bij mij aan tafel had gezeten schreeuwde ik (wat door de harde muziek op ‘in het oor fluisteren’ lijkt:)’Ik wil naar hui-uis!!’ ‘Hoezo dan?’ vroeg hij, ’het begint net.’ ‘Ik vind iemand leuk hier, maar het gaat toch niets worden.’ ‘Oh, wie is dat dan?’ En met dat hij dat vroeg, stond de persoon in kwestie achter hem. Lang, atletisch, geen grammetje vet, mooi overhemd, gebruind door het bekende oer-festival, no nonsense en zijn gezicht is de vriendelijkheid zelve. (Even ter opfrissing: Ja, ik ben 53 en ik voelde me 13. Te groot voor de poppen en te klein voor de kerels.) ‘De avond is nog jong,’ fluisterde mijn tafelgenoot terug en zei erbij: ‘Ik zag hem net wel een paar keer naar je kijken. Er kan nog van alles gebeuren, joh.’
Dapper beet ik mij door de avond heen. Zag dat ik niet de enige was die af en toe in zijn/haar eentje op een afstand de boel stond te bekijken. Het was best de moeite waard om ook aandacht voor anderen te hebben. Omdat vrijwel iedereen in zijn uppie naar het feest was gekomen was het voor iedereen zoeken, hoe er zijn/haar draai te vinden en hoe lang men zich met één persoon wilde bezig houden. Steeds zocht ik toch weer even de geruststelling van mijn blik op die ene speciale aanwezige, tot ik hem - langer dan een sanitaire stop kan duren - kwijt was. Hij was weg!
Ik constateerde dat de kleur van het feest eraf was. Te weinig connectie met andere mensen om nog te blijven. Ik pakte mijn jas, groette mijn tafelgenoot die gezellig met iemand in gesprek was en vertrok. Eenmaal buiten de deur zat mijn fris gestreken overhemdje gewoon buiten, samen met een andere feestganger. ‘Ga je,’ vroeg hij. ’Ja.. eh,’ zei ik, ‘ik geloof het wel.’ ‘Kom erbij zitten,’ zei hij en schoof er een stoel bij. Tevreden, maar stuurloos haakte ik aan bij het gesprekje en ging gedwee weer mee naar binnen. Nu kan het leuk worden, dacht ik, terwijl ik de deur voor hem open hield, tot hij op de gang enthousiast een vrouw begroette en daar uitgebreid mee ging kletsen.
Vanaf dat moment heb ik mijn zinnen verzet en mijzelf een schouderklopje gegeven dat ik toch maar mooi dit hele feest aan het meemaken was en... hem niet nodig had. Toch? Hoe het kwam weet ik niet maar ik eindigde zoenend op straat met iemand anders. Die man had met een kwinkslag contact met mij gezocht, had me op 38 jaar geschat.. Werkt altijd. Was zelf 40. Ook leuk. Het ging al gauw over zijn bed en breakfast adres waar hij verbleef en of ik zin had om dat ook eens mee te maken. Op zich heel schattig! Maar ik koos ervoor om hem te laten weten, dat mijn belangstelling uitging naar iemand anders. Maar hij bond hij niet in. Het was dramatisch.
Mijn favoriet leek net tot inkeer te zijn gekomen en zat ten minste even vlak bij mij beschikbaar te wezen voor een praatje zo op het einde van het feest. Op dat moment vroeg mijn nieuwe gezelschap ondanks rugklachten om weer te dansen. Achter mij zag ik dat mijn bewuste man dames gedag zoende. Hij vertrok. Botste tegen mij op, zei: ‘Sorry,’ alsof ik een vreemde was en ik zag dat hij anderen gedag zwaaide.
Buiten bij de achteringang van het restaurant stond een bankje. Het leek mijn nieuwe gezelschap for the time beïng een goed alternatief, toen ik verzekerd had dat ik niet met hem mee zou gaan. Ik ook wel, wat kon me gebeuren. Een ober verontschuldigde zich geroutineerd, terwijl hij een flinke ton vol flessen in de glasbak ledigde. Mijn nieuwe gezelschap verklaarde me dat hij verdronk in mijn blik. Maar hoe kon dat? Mijn blik stond op oneindig.