zondag 5 februari 2012

Alleen

Mensen die iets ernstigs misdaan hebben, stop je in de gevangenis. Bij hoop op herstel, wordt er nog gewerkt aan je terugkeer. Zo niet, is het kale opsluiting. In het ergste geval is het eenzame opsluiting. Het gaat daarbij niet alleen om vrijheidsbeperking. Het is ook iemand uitstoten uit de sociale gemeenschap. Uiteindelijk om de maatschappij in bescherming te nemen. Dat moet soms. We kunnen niet anders. Maar de vraag is: is het geen zwaktebod? Zetten we een mens hiermee niet juist terug in de bron van de ellende, zijn diepste pijnplek: het outcast zijn, uitgestoten worden, er niet bijhoren? Is dat niet de zwakke plek van iedereen? Speelt het niet dé centrale rol in ieders leven? Staat ons hele doen en laten niet in dat teken: de relatie tot de ander? Het kwetsbaarste punt. Zichtbaar in alledag. En niet altijd even positief.Neem het dorp waar ik woonde. Voorop stond: Een gezinnetje. Werk. Je tuintje op orde, je auto gepoetst. En wees vooral niet jezelf. En als je jarig bent groter uitpakken dan de buurvrouw. Verder? Veel overdaad. Te dikke auto’s. Te grote huizen. ‘Koop’ natuurlijk. Want niemand wil voor iemand onderdoen. Anders lig je eruit. Gepraat wordt er al snel. Dat voel je. In je rug. Stille signalen, kleine hints. Maar niemand die het hardop zegt.
Hoe begint zoiets? Waar ligt de kiem om elkaar zo te straffen met waar we allemaal bang voor zijn? Ik denk thuis, bij je ouders. Ik was niet goed op school. Mijn broertje wel. Hij haalde tienen. Go, wat waren mijn ouders trots. Ik? Ik deed er niet toe. Maar, goed beschouwd, mijn broertje ook niet. Want het was liefde op voorwaarden. Gekochte liefde. Er was geen ‘zomaar’. Om wie jij was. Dat is een dreun van jewelste. Een kind voelt dat. Boem, weg uit het ‘samen’. Wat je domweg veronderstelt. Sta je daar ineens. Op je eentje. Niemand te wezen. Wat moet je dan? Ook maar hoge punten halen. Heb je nog wat. Ik hier, en daar de rest. Concurrenten. Race om aandacht. Aandacht die je kan kopen. Even goed kijken wat scoort. Even goed kijken hoe het hoort. En als je je niet aan de regels houdt? Word je afgeslacht. Al vroeg dus. Op school. Foute schoenen, een verkeerd merk broek. En ze hebben je al te pakken. Later flitsende carrières. Grote projecten. De goede boeken lezen. De juiste films gezien hebben. Namen, titels. Muziek, literatuur en wetenschap. Die scoren hoog. Mijn zoon is dokter. Geen timmerman.

Sommigen gaan tenonder. Die redden het niet. Worden gemangeld en vermalen. Kunnen er niet meer tegen. Depressies, verslaving, psychoses. Weer anderen gaan mensen haten. Of nog erger, worden onverschillig. Roven en stelen. Niks te verliezen.En als je gepakt wordt ga je de bak in. So what. Op herhaling. Afzondering. Alleen. Waar het allemaal begonnen is.
Ben ik er nog goed vanaf gekomen. Had ook niet echt een briljante entreé. We kregen te eten. Dat was het eigenlijk. Geen intimiteit. Niets. Konden ze niet. Door de oorlog. Hun opvoeding. En wat al niet meer. Vreselijke onmacht voor die mensen. Maar ja, als kind heb je daar niets aan. Geen vader om tegen aan te leunen. Geen moeder met veilige armen. Ze werden geleefd door codes, totaal afhankelijk van de goedkeuring door de ander. Bovendien nog in een milieu van slim zijn, kennen en weten. Onder het alziend oog van een straffende Heer. Een cursus ‘Hoe help je een kind naar de kloten’.
Wat doe je dan? Ik pikte het niet. Slaan, jennen en dwarsliggen. Kies je niet voor. Gebeurt gewoon. Het is ook geen agressie. Het is meer doodsangst. Door een totaal gebrek aan weerklank. Dan ga je in paniek om je heenslaan. Net zo lang tot ze ontploften in woede. Er klappen vielen. Out of control. Dan was het goed. Zag ik even mensen.

Mijn broers? Die stonden in een hoekje bang te wezen. Één ding: dat zal ons niet gebeuren. En hielden zich gedeisd. Tja, hoe verschillend kan het zijn per kind. Voor mij waren die klappen overleven. Of ik ze nou gaf of kreeg.
Op een bepaald moment werd dat anders. Ik ging naar de fanfare. Ik speelde trompet. Tussen de boeren. Dat was warm. Het was samen. Oefenen deed ik vaak in de kelder van een oude fabriek. Een enorme klots aan nagalm. Alles klonk daar prachtig. Drie tonen kort achter elkaar. Hoorde ik ze alle drie tegelijk. Prachtig. Die samenklank. Kon ik allerlei kleuren maken. Het raakte me diep. Ik vond het zo mooi. Het vertelde me van mensen. Er was meer. Hoe mensen deden, zo konden ze niet zijn. Op zo’n moment hield ik van iedereen. En was daarna nooit meer alleen.

 


Reageren: ga naar mijn profiel op match4me.nl

geplaatst door Parlante - 529 keer gelezen

beoordeeld 3.81/5 (16 Stemmen)

| Meer

Reacties

De enige mensen die onvoorwaardelijk van je kunnen houden zijn je ouders. Tenminste dat is mijn overtuiging. Het is altijd weer bitter om een voorbeeld te horen waarin dat zelfs niet mogelijk was. Gelukkig wel een blog met een happy end.

Door gerbra42 op 6 februari 2012 23:41

Veel passages heel herkenbaar. Mooi geschreven...

Door Einstein op 6 februari 2012 18:10

Chapeau, wat een mooi blog!!! Mooi om de echte parlante te mogen leren kennen, hoe verdrietig dit verhaal ook is. Dankjewel

Door Julia28 op 5 februari 2012 19:45

WOW... snik, ontroering...

Door Hellie op 5 februari 2012 19:36

Reactie niet in orde?


Om te reageren op dit blog moet je lid van Match4me.nl zijn!
Schrijf je gratis in!



<< Startpagina