vrijdag 17 februari 2012

Zoals liefde hoort te zijn

Vandaag heb ik een rustdag ingelast. Tussen werken, zorgen, nog meer werken, kinderen, zieke vader en alle andere besognes stiekem een dagje er tussen uit knijpen. Extra lekker omdat het als een soort van spijbelen voelt. Ik neem koffie, een broodje, veel chocola, tijdschriften en de laptop mee naar boven. Trek de gordijnen van mijn hemelbed dicht en doe de hele morgen niks. Helemaal niks. Waarmee ik bedoel dingen die ‘moeten’ in de grote mensen wereld. Onder het grote dekbed droom ik weg. Gedachten aan vroeger aan hoe het was toen er nog geen kinderen waren. Geen pianoles, geen op en neer naar school rijden, geen mobiele telefoons die piepen, geen hypotheek te betalen en nog geen zieke ouders. En heel soms droom ik over mijn eerste grote liefde.

Al een jaar was ik stiekem verliefd op hem. De vriend van mijn oudste broer. Drie klassen hoger en daarmee volkomen onbereikbaar. Te meer omdat hij al een vriendinnetje had. Zo’n bloed mooi meisje met lang donker haar tot op haar billen en grote bruine ogen. Af en toe dan keek hij wel maar meer dan dat was er niet.

Een paar jaar later, reünie van de schoolzeilkampen. Zeilen met oud scholieren. Daar stond hij. Teye. Een beetje ouder, half lang haar en student in Groningen. Een groen legerjasje, hoge gympen en een spijkerbroek tot op de draad versleten. En nog altijd die scheve wat ironische glimlach waar ik zo verliefd op was geworden. Drie klassen hoger telde niet meer. De mooie vriendin was verdwenen.

‘Hé Julia, ik wist niet dat je ook zeilde.’

‘Nou zeilen is een groot woord’, zei ik. ‘Ik raak meestal aan lagerwal en hoop dan gered te worden.’

‘Ha, ha. Nou dan moet je maar bij mij in de boot. Dan hoef ik je niet te redden.’

Maar we raakten wel aan lagerwal. Expres. Tussen het riet. Omdat zoenen daar zo heerlijk was. Ruisend riet, de meeuwen boven je en de zon op je huid. ‘Ik heb je al die jaren wel gezien hoor’, zei hij. ‘Maar je was nog zo jong. Veel te jong voor mij. Maar nu niet meer.’

En zo begon het. Reizen tussen het grote herenhuis in Zwolle, waar ik met zeven meiden woonde, en het oude gekraakte Rooms Katholieke Ziekenhuis in Groningen, waar hij een enorme kamer bewoonde op de bovenste verdieping. Een fantastische ramenpartij bood uitzicht op de stad. In de hoge kamer had hij een houten veranda gebouwd. Boven eten, onder een grote matras om op te slapen. Aan de raamzijde stonden 3 gitaren, versterkers, een viersporen recorder en een drumstel opgesteld. Gek van muziek was hij en erg getalenteerd. Op zijn oude fiets fietsten we door de eindeloze lange gangen naar zijn kamer. Hij voorop, ik op de stang omdat de bagagedrager er al lang af was. Manoeuvrerend tussen de dozen en troep in de gangen.

Zijn vriend die ons toe riep: ‘He Teye. Alles goed? Kijk je wel uit je doppen. Straks lig je ondersteboven met je meisje en moet je naar het ziekenhuis. Kom je nog spelen vanavond in het OK?’

‘Man ik ben al in het ziekenhuis! Kijk wel even. Ik ben druk zoals je ziet.’

Op een tafeltje had hij een schaakbord geschilderd. Schaakstukken van de kringloop. De meeste avonden streden we op het zelf gemaakte schaaktafeltje tegen elkaar. Op een groot schoolbord hielden we de stand bij. Verliezen was ontbijt op bed brengen… en dat werd steevast mijn taak. Een goede schaker ben ik nooit geworden. Geen computer, geen televisie, alleen elkaar en af en toe wat vrienden die langs kwamen om te kletsen over hoe het in de wereld anders moest want dat wisten wij als geen ander.

Als de zon scheen klommen we via de brandtrap naar het dak van het ziekenhuis. Met een fles goedkope rode wijn en een stickie waar we om de beurt een trekje van namen. Uren lang lagen we daar naakt te zonnen en kuste hij gefascineerd de witte donshaartjes op mijn bruin geworden huid. Er was geen gevoel voor tijd meer onder de wolkenloze blauwe hemel. We maakten plannen over hoe het zou gaan worden, wat we wilden met ons leven. Reizen met een oud busje, de wereld over. Mensen helpen. Wij zouden het anders doen. Wij zouden het beter doen.

En soms gingen we naar het park. Gitaren mee, beetje pingelen, beetje zingen en de eendjes voeren. Voorbije wandelaars gooiden geld op onze gitaarhoezen. En aan het einde van zo’n dag haalden we voor die paar gulden macaroni, tomaten, kaas, gevulde koeken en nog een flesje rode wijn bij het kleine kruideniertje naast het RKZ. Teye was mooi, wij samen waren mooi, de wereld was mooi.

Aan het eind van het weekend nam ik de laatste trein naar Zwolle. Met zijn OV jaarkaart, gekregen van thuis, reed hij gratis mee om mij weg te brengen. We zochten een coupé zonder mensen. Een gesloten huisje om nog één keer te vrijen. Schrijlings op zijn schoot onder mijn jurkje, één oog op de deur gericht. Want stel je voor dat de conducteur langs kwam. Alleen al die gedachte maakte he heel spannend.

Dan was het afscheid. Snel. Een zoen op mijn mond want de laatste trein naar Zwolle ging nog maar één keer terug naar Groningen. Die kon hij niet missen.

‘Tot vrijdag. Ik hou van je.’

‘Ik ook van jou. Voor altijd en nog lang daarna.’

Op het perron keek ik hem na tot de trein al richting het noorden was verdwenen. Het leven was eenvoudig. Wij hadden nog geen deuken en schrammen opgelopen. Ons hart verpakt in mitsen en maren. De liefde was verrukkelijk. Gewoon, zoals de liefde hoort te zijn. Soms, op zo’n dag als vandaag, verlang ik erg naar die liefde. Wie weet ….


Reageren: ga naar mijn profiel op match4me.nl

geplaatst door Julia28 - 654 keer gelezen

beoordeeld 3.74/5 (23 Stemmen)

| Meer

Reacties


Om te reageren op dit blog moet je lid van Match4me.nl zijn!
Schrijf je gratis in!



<< Startpagina