Home
Dating voor hoger opgeleide singles
Home Facts & figures Succesverhalen Hoe werkt het?
zondag 20 december 2009

Geestig Kerstverhaal

Het was kerstavond van verleden jaar, en aangezien ik een paar dagen vol verplichtingen voor de boeg had die de kerstdagen nou eenmaal met zich meebrengen was ik met enige tegenzin dan maar op tijd naar bed gegaan. Ik kon niet direct in slaap komen, en al starend naar de onbeslapen andere helft van mijn bed dwaalden mijn gedachten onbewust af naar voorbije tijden waarin de kerstperiode niet zo beladen was als ik het hier nu in m’n eentje ervoer. Of ik nu wilde of niet, de komende dagen zouden in het teken staan van te veel eten en te weinig romantiek. Al plafondstarend vroeg ik me af hoe zo’n oeroud traditioneel feest heeft kunnen veranderen in het net iets te commerciële instituut van nu. Nee, vroeger in de tijd van Charles Dickens moet het mooier en oprechter zijn geweest. Dat zal mijn laatste gedachte zijn geweest voordat ik dan toch uiteindelijk in slaap viel, maar mijn welverdiende rust duurde niet lang want het was klokslag één uur toen ik van een lichtschijnsel in m’n slaapkamer wakker werd.

Eerst dacht ik dat het een weerschijning van een voorbijrijdende auto was, maar aangezien mijn slaapkamerraam niet aan een straat ligt en zich bovendien op de vijfde etage bevindt, moest ik slaapdronken en wel vaststellen dat de bron niet van buitenaf kwam. De vage blauwe lichtvlek werd groter en nam steeds meer een menselijke gestalte aan en nu viel me ook een gemompel op wat langzaamaan verstaanbaar werd. ‘Ze moeten ook altijd mij hebben voor die rotklusjes’ waren de eerste woorden die de spookachtige verschijning in zichzelf zei, mij met een niet mis te verstane misprijzende blik gadeslaand. Mijn eerste impuls was om weg te duiken, maar net als in een droom (want dat moest dit alles toch wel zijn) was ik nauwelijks tot bewegen in staat. De persoon die zich in zijn tot de draad versleten lompen zo onrustbarend halfdoorschijnend langzaam naar mij voorover boog staarde mij recht in de ogen en zei: ‘Ik ben de geest van de voorbije relaties. Het is mijn droeve plicht jou te confronteren met je verleden. Volg mij.’

Ik was geenszins van plan ook maar een pink te verroeren, maar de regie was mij volledig uit handen genomen en aldus zag ik mijzelf uit bed stappen en achter hem aan lopen, dwars door mijn slaapkamermuur heen. In plaats van bij de buren bevond ik me opeens in de kantine van mijn vroegere middelbare school, hetgeen nogal vreemd was want in de eerste plaats was dat gebouw jaren geleden al afgebroken en ten tweede, en dat vond ik nog veel onrustbarender, herkende ik meerdere gezichten die ik al heel lang niet meer gezien had en geen spat veranderd waren. Ik keek verwilderd om me heen, maar niemand scheen mij zelfs maar op te merken. Dit was het moment dat ik mijn eerste liefde (nou ja, kalverliefde) in het oog kreeg. Half geïnteresseerd (ze keek steeds weg, had ik dat vroeger niet door?) stond ze te praten met een jochie waarin ik tot mijn schok mezelf herkende. Ik draaide me met een ruk om naar de geest, met een blik in m’n ogen of ik, nou ja, een geest had gezien. Hij gaf geen krimp en gebaarde me hem te volgen. Nu stond ik ergens in de stad vlak naast een jongedame van begin twintig. Ik herkende haar, het was iemand uit m’n studietijd. Ze stond iemand die een stuk verderop liep gade te slaan, ik volgde haar blik en zag mezelf daar staan. ‘Ze was zo’n leuke meid maar jij moest zo nodig op iemand vallen bij wie je zoals gewoonlijk geen schijn van kans had’ zei de geest. Ik had geen tijd voor een weerwoord want na wederom een verandering van omgeving herkende ik onmiddellijk waar ik me bevond. Daar zaten we, op een terrasje tijdens een van onze stedentripjes, moe maar voldaan van een gezellige dag samen. ‘Hoe heb je haar ooit uit je handen kunnen laten glippen, stom rund’ voegde de geest mij toe. Ik voelde me te melancholisch om hem een dreun te verkopen en bovendien, hij had gewoon gelijk. ‘Mijn taak is volbracht, ik breng je weer terug’ was het laatste wat ik hem hoorde zeggen. Ik zat rechtop in bed. Het was nog steeds donker en mijn wekker gaf aan dat het middernacht was.

Na alle opties overwogen te hebben besloot ik dat dit een droom moest zijn geweest. Het alternatief was namelijk dat ik ze niet meer helemaal op een rijtje had en daar vond ik mezelf nog iets te jong voor. Toch durfde ik niet op te staan om voorzichtig de wand van de slaapkamer te betasten om vast te stellen dat ze net zo solide waren als voorheen en geen toegangsdeur tot krankzinnige waanvoorstellingen vormden. Nee, het beste was maar gewoon de ogen stijf dicht te knijpen en doen alsof ik het nooit gedroomd had. De vermoeidheid won het uiteindelijk van mijn ongerustheid en ik viel weer in slaap. Doch wederom was de rust mij niet gegund want als in een gevoel van déja vu werd ik ten tweede male klokslag één uur wakker van een geestverschijning naast mijn bed. Het verschil was dat deze verschijning er lang niet zo rafelig uitzag, en hij was zo te zien ook wat jonger. Voor een droom zag het er allemaal verdraaid tastbaar uit en in een impuls greep ik naar zijn hoofd, maar mijn hand veegde dwars door hem heen. ‘Ik heb er een pesthekel aan als ze dat doen’ gromde hij, greep me bij m’n schouders beet en plantte me naast m’n bed op de grond. ‘Ik ben de geest van de huidige relaties. Tegenstribbelen heeft geen zin, dus wees een brave jongen en volg mij.’

Het zal wel nooit wennen, dat dwars door muren lopen. Ik durfde mijn ogen aanvankelijk niet open te doen, omdat ik helemaal geen zin had om wederom met mezelf geconfronteerd te worden. ‘Ik heb niet de hele nacht de tijd, en de waarheid kun je toch niet ontlopen’ zei de geest. ‘In mijn tijd was het simpel’, vervolgde hij. ‘Je trouwde met iemand uit het dorp en stichtte een gezin. Maar jou zie ik zo af en toe vrouwen ontmoeten die je daarna nooit meer terugziet. Je weet niet wat je wilt en denkt blijkbaar dat je eeuwig de tijd hebt. Ik heb dat wel, maar jij niet.’ Verder deed hij er het zwijgen toe, hetgeen me wel zo gepast leek omdat we midden in de slaapkamer stonden van een vroegere vriendin. Daar lag ze, schijnbaar diep in slaap, en naast haar lag iemand die ik herkende als degene met wie ze vóór mij een relatie had gehad. Het was geen nieuws voor mij dat ze uiteindelijk teruggekeerd was naar haar ex, maar ze daar zo te zien liggen was toch wel confronterend. Ik zei tegen de geest dat deze relatie uiteindelijk hoe dan ook zou zijn stukgelopen, maar helemaal overtuigend vond ik mezelf niet klinken. In een poging het dan maar vooral niet over haar te hebben zei ik dat de vrouwen die ik in de afgelopen tijd had ontmoet simpelweg niet degene bleken te zijn die ik had gehoopt, hoe leuk en aardig ze verder ook waren en hoe graag ik ook had gewild dat het anders was gelopen, al zaten er ook een paar tussen waarbij ik eigenlijk het liefst direct rechtsomkeerd had gemaakt. De geest wuifde niet begrijpend mijn verweer weg, en daarmee veranderde ook de omgeving. Nu stonden we in de woonkamer van een andere ex. Ze zat in haar eentje TV te kijken, met de kat op schoot. Ik slaakte een diepe zucht, want ik wist eigenlijk al dat ze het zoeken naar een man in haar leven in feite had opgegeven. Eerst had ik mezelf daar de schuld van gegeven, maar ik realiseerde me uiteindelijk dat zij degene was die gebeurtenissen uit haar verledens niet los kon laten. De geest mopperde dat “het verleden niet mijn vakgebied is, ik hou me met het heden bezig”, gaf me een zet en plotsklaps bevond ik me weer in mijn bed. Ik hoefde eigenlijk niet eens opzij te kijken om te weten dat de klok wederom klokslag middernacht aangaf.

Veilig en wel in m’n bed gelegen, met de dekens als laatste strohalm stevig in m’n vingers geklemd, vroeg ik me af hoe een droom in vredesnaam zo realistisch kon zijn. Klaarwakker lag ik te overdenken wat allemaal de revue gepasseerd was. Toch moet ik op een gegeven moment weer zijn ingedut want ik had niet direct in de gaten dat ik wederom gezelschap had. Deze keer was het een graatmagere gestalte, helemaal in het zwart. Hij zei geen woord, maar gebaarde slechts dat ik hem moest volgen. Als er enige logica in deze hele toestand zat kon dit alleen maar de geest van de toekomstige relaties zijn en ik moet erkennen dat ik toch wel enigszins nieuwsgierig was. Dus daar gingen we weer, maar aan de andere kant van – ja, van wat eigenlijk – schrok ik me zo ongeveer dood.

Het tafereel wat ik aantrof was dan ook wel verontrustend te noemen. De persoon die half over z’n toetsenbord lag, de PC stond nog aan dus hij was daar blijkbaar in slaap gevallen, was een oudere versie van mezelf, maar dan wel eentje die niet meer zo’n volle haardos had, en de sportschool had ik zo te zien al jaren niet meer van binnen gezien. Was dit dan mijn lot? Ik had er toch werkelijk op gehoopt dat ik op een gegeven moment een vrouw zou tegenkomen die ik nooit meer wilde laten gaan. Nu ik hier zo stond weigerde ik te geloven dat ik mijn verdere leven single zou blijven en ik was vast van plan meneer de geest hierover eens flink aan de tand te voelen. Erg spraakzaam was hij tot zover echter niet geweest en pas na aandringen schraapte hij langdurig zijn keel, en met onvaste stem zij hij: ‘Ja hoor eens, ik werk met de gegevens die ik heb en daaruit blijkt niet dat je ooit zult trouwen.’ Ik antwoordde daarop dat meneer wellicht een lichte achterstand had opgelopen in zijn stoffige twilight zone, dat trouwen al lang niet meer een vanzelfsprekendheid is en ik de single vrouwen op straat niet herken aan een neonbalk met de tekst IK BEN SINGLE die om hun bevallige nek bungelt, dat je daarvoor tegenwoordig bijvoorbeeld allerlei datingsites hebt. ‘Ahem, nou, dan moet ik misschien even de boel opnieuw bekijken’ mompelde de geest, knipte met zijn vinger en huppetee, daar stond ik opeens in m’n keuken. Er stonden twee borden klaar om opgeschept te worden en samen met de tevreden blik van mijn toekomstige ik zag ik direct dat hier een heel ander liedje werd gespeeld. Vanuit de gang hoorde ik een sleutel in het slot draaien, een deur die werd gesloten, en een vrouwenstem die zei ‘Schat, ik ben thuis!’. Met een bonzend hart draaide ik me om, want nu zou ik zien wie Zij was, maar precies op dat moment stapte de geest in mijn blikveld en zei ‘Ho ho, spieken mag niet!’. En zo belandde ik dus weer terug in bed, waar de wekker aangaf dat ik niet veel nachtrust meer over had. Ik viel al snel tevreden in slaap, in de goede hoop dat het allemaal goed zou komen, zolang ik er zelf maar een beetje moeite voor blijf doen.

geplaatst door Kameleon - 5846 keer gelezen

beoordeeld 3.18/5 (11 Stemmen)

Om te reageren op dit blog moet je lid van Match4me.nl zijn!
Schrijf je gratis in!



<< Startpagina

Over match4me - Privacy - Algemene voorwaarden - Veelgestelde vragen - Contact
Thuiswinkel Keurmerk Veilig Daten

Mobiele site
Android app on Google Play iPhone app on iTunes
© Match4me.nl