Home
Dating voor hoger opgeleide singles
Home Facts & figures Succesverhalen Hoe werkt het?

dinsdag 9 oktober 2012

De geur van soep gemengd met kersenhout

´Waar ben je toch naar op zoek, Julia´, vraagt mijn vriendin. ´Er zijn toch best mannen die jou leuk vinden en jij hen.´

´Natuurlijk zijn die er´, zeg ik tegen haar. ´Maar niet de mannen waar ik dàt mee heb. Die speciale geur. Je weet wel, de geur van soep gemengd met kersenhout.´

´De geur van soep?´ Ze kijkt me onbegrijpelijk aan en tikt nog net niet op haar hoofd. Natuurlijk snapt ze het niet. En dan vertel ik haar het verhaal.

Zijn vader was een dierenarts in ruste en de liefste en meest wijze man die ik ooit heb ontmoet. Nog jaren later, nadat het al lang uit was tussen mij en mijn eerste grote liefde, zocht ik hem op. Want tussen ons was het niet over. Een andere liefde was het. Een liefde die een leven lang zou duren.

Vanaf de eerste dag dat ik over de vloer kwam, sloot hij mij als een eigen dochter in zijn armen, alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Misschien omdat ik de jongste was van allemaal en nog een beetje verlegen met al die grote zoons en dochters die al studeerden en discussieerden met ´de vrienden van de familie´. Hoeveel vrienden de familie Stark had, heb ik nooit echt kunnen tellen, maar er verbleven er toch altijd wel een stuk of wat ergens in huis. Politiek werd er besproken, literatuur en muziek. Een nieuwe wereld waar ik nog niet echt bij hoorde en van huis uit ook niet kende. Op de rand van volwassenheid bleef ik het schoolmeisje met de herenhoed en het oude suède jasje over mijn zomerrokjes en witte broderiebloesjes aan getrokken. Zo leek ik al een klein beetje op de wereldwijze studenten maar eigenlijk nog niet echt.

Als ik verdwaalde in de gesprekken, sloop ik naar de verwilderde tuin om met de Sint Bernhard te spelen, een dikke goeiige lobbes. En meestal zat daar dan Starkepa, zoals ook ik hem noemde, op het houten bankje zijn pijp te stoppen en te roken. Met toegeknepen ogen keek hij naar een punt ergens op de horizon en knikte mij eens vriendelijk toe. Geen man van veel woorden. Maar hij zag alles. Dat zag je aan de manier waarop hij naar je keek of soms zomaar wat opmerkte.

Een vrij gezin was het waar in mijn ogen alles kon. Mensen die in en uit liepen, zaten te lezen in een nis van het huis of zomaar overdag in het bad of in bed gingen liggen. Het zware pianospel, wat knarsend en steunend dwars door alle houten plafonds ging, en we op zolder nog konden horen. ´Ooit op het Largo gevreeën, Julia?´, fluisterde mijn lief in mijn oor. We lagen in onze onderbroek op een matras op de planken vloer. Hij draaide mij voorzichtig op mijn zij en speelde met zijn lange vingers de tonen verder langs mijn ruggengraat. ‘Variatie op het Largo’, fluisterde hij in mijn oor. ‘En nooit iets doen wat je niet wilt, Julia’, zei hij. ‘Nooit en te nimmer. Zul je dat onthouden?’ Maar er was nooit iets wat ik niet wilde. Daarvoor was hij teveel de zoon van Starkepa.

Het ritme van de dagen werd bepaald door de gesprekken aan de grote keukentafel. De spil van het huis. Meningsverschillen werden er tot diep in de nacht met vuur uitgevochten en ook weer opgelost. Vaak met een grote pan soep, die in mijn ogen permanent, op het vuur stond. ´Troostsoep´, noemde Starkepa het. ´Alles kan veranderen in ons en om ons heen maar zolang er soep is komt het wel goed.´En zo was het en is het inmiddels ook in mijn eigen huis. Soep lost heel veel op!

In de voormalige dierenartspraktijk waren duizelingwekkend veel kamers waardoor de reuring en al die levens nauwelijks opvielen. En het soms zomaar voorkwam dat het ergens in huis plotseling stil was en je alleen die geur van soep rook met een vleugje kersenhout. Tomatensoep in de zomer, pompoenensoep in de herfst, erwtensoep in de winter en groentesoep uit eigen tuin in de lente.

Maar de plek waar ik het allerliefste kwam, dat was de studeerkamer van Starkepa. Een hoge lichte kamer aan de zuidkant van het huis met een balken plafond en lange wanden met kersenhouten boekenkasten. In de hoeken en op de tafeltjes opgezette dieren die hij niet meer had kunnen redden of had gekregen. In het midden een wereldbol op een standaard met een lichtje in, meegenomen uit Afrika. Ooit, lang geleden toen het grote gezin er nog niet was en zijn vrouw nog niet bedlegerig.

‘Kom maar binnen als je zin hebt, Julia’, had Starkepa gezegd. ‘Je mag alles zien, alles lezen, alles bekijken, als je maar wel rustig bent want ik werk aan een boek.’ Een klopje op de deur en ik mocht naar binnen. Een vriendelijk knikje vanachter zijn bureau, voor hij weer geconcentreerd verder werkte. Dan sloop ik stilletjes met mijn ogen dicht en één vinger langs de rijen met boeken. Het lot bepaalde welk boek het dit keer zou worden. Meestal trof ik één van de onbegrijpelijke studieboeken over bepaalde dieren waarmee ik mij vervolgens in de leunstoel bij de openhaard nestelde. Maar soms had ik geluk en had ik zomaar een juweeltje zoals ‘Lady Chatterley’s lover’. Een boek dat bij mij thuis echt niet in de boekenkast stond maar wat mij een beetje wegwijs maakte in de wonderbaarlijke wereld van de liefde. Maar meestal was een boek een goed excuus om daar gewoon te zitten en heerlijk weg te dromen. Verhalen te verzinnen bij de dieren die mij nieuwsgierig aankeken of gewoon aan helemaal niets te denken. Er was geen plek op de wereld waar ik me heerlijker voelde dan daar, weggekropen in de grote stoel bij het haardvuur.

Om drie uur bracht de hulp thee met twee biscuitjes. Dan kwam Starkepa even bij me zitten en keek mij over zijn hoornen bril aan. ‘Julia’, zei hij dan. ‘Ken je het verhaal van deze uil?’ En dan vertelde hij me hoe de uil bij hem terecht was gekomen, wat er was gebeurd en hoe de uil zijn leven had geleefd. Maar vaak ook keken we door de ramen van de balkondeuren naar buiten, naar de veranderende luchten die je zo daar zo goed kon zien. Dan vertelde ik hem hoe de wolken ook zo hun verhalen hadden, als je maar echt goed keek. Zwanen zag ik er soms in, olifanten of indianengezichten. Donkere, grijze of hele lichte verhalen vertelden ze mij. En dan knikte Starkepa en legde even zijn hand op mijn hoofd. ´Dat zijn de mooiste verhalen, Julia´, zei hij dan. ´De verhalen in je hoofd. Zorg jij maar goed voor ze. Ik weet dat je dat kunt.´

Het is alweer een tijd geleden dat ik bij Starkepa ben geweest. De laatste keer dat ik hem zag, was hij bijna doorzichtig geworden met blauwe aderen die een grillig landschap vormen over zijn kromme handen. Maar ogen die nog altijd even licht en helder staan. Er komen al een hele tijd geen woorden meer. Het geeft niet omdat het nooit belangrijk is geweest. De stilte is gewoon de stilte.

Het is dat waar ik wellicht naar op zoek ben. Naar de vanzelfsprekendheid, geborgenheid en rust. Vrije geesten in vrije ruimtes. Zonder taal gewoon te kunnen zijn. Een man, een plek om in thuis te komen. Net zoals ik in mijn eigen huis thuis kan zijn. Niet uit te leggen. De geur van soep gemengd met kersenhout.


geplaatst door Julia28 - 5143 keer gelezen

beoordeeld 3.76/5 (21 Stemmen)

Om te reageren op dit blog moet je lid van Match4me.nl zijn!
Schrijf je gratis in!



<< Startpagina

Over match4me - Privacy - Algemene voorwaarden - Veelgestelde vragen - Contact
Thuiswinkel Keurmerk Veilig Daten

Mobiele site
Android app on Google Play iPhone app on iTunes
© Match4me.nl