Home
Dating voor hoger opgeleide singles
Home Facts & figures Succesverhalen Hoe werkt het?
zaterdag 23 november 2013

Op m'n bek gaan

Ja, dat enthousiasme. Heb ik nogal eens leergeld mee betaald. Zo kan je ook tegen de muur van jezelf op lopen. Om te beginnen muzikaal. Als ik op m’n gitaar speel, komen er onbedoeld en verrassend mooie dingen uit mijn handen vloeien. Dat is fijn. Dat is fantastisch. Al dat moois, dat komt dan zomaar. Maar op een bepaald moment werd ik er gek van. Zit je lekker te spelen. Boem, daar was weer wat. Te mooi. Kon ik niet laten liggen. Opnemen dus. Halve songs. Gitaarstukken. Themaatjes. Opzetjes. Frases. Moet je allemaal uitwerken. Maar daar had ik geen tijd voor. Want er kwamen elke dag nieuwe. De stapel werd maar groter. En groter. En groter. Gek werd ik er van. Ja, een droom, zo’n stroom aan schoonheid. Maar mij heeft het geslacht. Zwaar uitgeput en gefrustreerd. Slachtoffer van creativiteit, kun je zeggen. Het ging net zolanf door tot ik instortte. M’n gitaar niet meer hoorde. Heel die muziek me niets meer zei. Ja, wat dan? Wat moet je dan? Ophouden. Meer zit er niet op. Rust. De gitaardoos dicht. Ja, helemaal dicht. Niet met het gevoel van even pauze. Maar misschien nooit meer spelen. Dat is andere koek. Maar het enige om echt los te komen. Want anders sta je nog met een been in de verwachting en de spanning. Dat was niet uitgedacht of leuk uit boekjes. Nee, op gevoel, zonder enige leidraad. Ik weet nog dat iedereen mij voor gek verklaarde dat ik er helemaal mee stopte. Al mijn jarenlang opgebouwde techniek en fijnzinnig spel naar de kloten. Maar het was de enige kans. Misschien nooit meer spelen. Waar zou het heen gaan? Ik wist het niet. Ik wist het echt niet. Ik mocht het ook niet weten. Ergens heen. Dat wel. Dat wist ik. Iets waarin ik me aan zou treffen. Aantreffen. Onbedacht. Verrassend. Misschien was het totaal iets anders. Het zou wel iets scheppends zijn. Dat voelde ik. Maar dan nog, wat is er allemaal niet? En wie weet, misschien toch de gitaar. Twee jaar duurde het. Op een morgen. Ik zag de koffer staan. Hij zei weer wat. Ik pakte hem. En speel nu weer. Mooier dan ooit tevoren. En wat aan schoons voorbijkomt in het spelen, kan ik nu gewoon laten vervluchtigen. Kan er beter mee omgaan. Er is rust en aandacht in het spelen. De dwingende noodzaak tot behoud van parels is verdwenen.

Het wás allemaal ook echte onzin. Want wat mooi is, dat komt vanzelf weer terug. En steeds weer anders. Schoonheid is oneindig. Vindt vanzelf zijn weg. Soms, ja soms, steekt dat oude ‘hebben’ van wat ik denk unieke, toch nog even geniepig de kop op. Ho, roep ik dan, ik heb genoeg. Honderduizend dingen. Alles in bestanden opgeslagen. Keurig op naam en op stijl. Over uniciteit moet ik me al helemaal niet bekommeren. Het gaat om raking. Alles spreekt een taal van raking. Daar gaat het om. Meer is er niet. Dus ik heb rust. Als het er ooit nog van komt om dingen uit te werken, dan doen we dat. En heb ik het maar voor het kiezen. Nu lekker spelen.

Ja, ik krijg zo langzaam op alles steeds meer zicht de afgelopen jaren. Was het in de muziek dat ik tegen een muur liep, in contacten eigenlijk ook, was ergens hetzelfde aan de hand. Was het in de muziek enthousiast en dankbaar heerlijk alles opnemen, ook in contacten met mensen vloog ik er enthousiast in en kreeg vervolgens de pin op de neus.

Eigenlijk draait het om een soort naiviteit. In de muziek was dat blind in een stroom zitten van wat er uit mijn handen vloeit, waar ik mee moest leren omgaan. Met mensen was hetzelfde aan de hand. Was het ook blind in een stroom zitten van wat ze me eigenlijk zeiden, wat ik bij mensen zag en voelde. En in een blinde vaart dacht dat ik dat ook onmiddellijk met hen kon delen, puur en onversneden. Nee dus. Dan ga je op je bek. Dat ging zo met die zangeres. (zie vorige blog). Maar ook gewoon in contacten. En in de liefde. Denk aan mijn 10-jarige relatie met K. in de jaren 80. Zoveel potentie voelen, zoveel diepe geraaktheid en herkenning in de onderstroom, maar daarin niet samen kunnen zijn en in de praktijk van het leven totaal uit elkaar sporen. Ja, en dan ga je dus weer op je bek. Met een mindsetje redt je het hier niet. Nee, juist in dat steeds weer op m’n bek gaan gebeurde er iets. Doorleefde ik wat er eigenlijk speelt. En merkte dat ik me de laatste tijd niet meer zo blind mee laat nemen door die diepte van iemand, naar wat iemand eigenlijk kan zijn. Maar vooral kijk naar zijn of haar grenzen, naar de praktijk. Dat ik veel meer uitga van wat er feitelijk terugkomt, wat er feitelijk herkend, wat er feitelijk gedeeld kan worden. Dat is een stuk rustiger.

Ik heb daarin heel veel geleerd van dat daten. Juist daten, omdat je in principe in wie je echt bent tegenover elkaar zitten. In het begin zat ik bijna bij elke ontmoeting op de kast. Omdat ik niet kon geloven, wat er tegenover me zat. Voor mij een mens, net als ik, met angsten, twijfels, ontroering, frustratie, geraaktheden, verbijstering. En dat dan delen. Gewoon. Onmiddelijk. Vanzelfsprekend. Nou, dan ga je nat. Zo ligt dat niet voor een ander. Wat ik zag en voelde, en eigenlijk al meebeleefde, daar is gewoon geen onmiddellijk contact in, is niet onmiddellijk met anderen te delen. Zat ik voor mijn gevoel ineens tegenover een gesloten blok, wat volledig praatte vanuit een zichzelf aangemeten beeld. Mensen zitten zus en zo te zijn. Mensen zijn een iemand zijn, in plaats van een gebeuren. Goh, wat kon ik me dan opwinden. Want, goed beschouwd, in feite wordt je afgewezen. Word je genaaid, bedrogen, op het verkeerde been gezet. Er is geen naakt delen. Er spreekt een zelfgemaakt beeld, in allerlei afgeleide frases. En wordt je gedwongen in een afstandelijk positie. Want wat ze praktisch zeiden moest ik steeds vertalen naar wat ik eigenlijk zag. Gek wordt je ervan. Omdat iemand mij gewoon buiten de deur zet, en niet samen met me leeft in wat we juist eigenlijk te delen hebben. Twee mensen. Je staat ineens verschrikkelijk alleen. In mijn emotie en alleenheid begon ik dan te schieten met m’n mitrailleur. Dat wil zeggen, hen aan te spreken op die onderstroom, dat wat ik voelde, zag. En eigenlijk al meebeleefde. Eigenlijk in paniek. Nee, inderdaad, niet de ideale manier om uiteindelijk toch contact te krijgen. Maar in die echtheid van mijn emotie had het toch een kracht. Iets moest toch wel doorkomen. Maar tot een locale doorbraak en vruchtbaar samenzijn heeft het me nooit gebracht. Is ook teveel gevraagd. Dat is de realiteit die ik moest leren. Tegenover zo iemand te zitten en hetzelfde te voelen, maar dan zonder mitralleur, zonder zo’n lawine van emotie, en dat steeds daarin weer op m’n bek gaan.


geplaatst door Parlante - 5685 keer gelezen

beoordeeld 3.42/5 (19 Stemmen)

Om te reageren op dit blog moet je lid van Match4me.nl zijn!
Schrijf je gratis in!



<< Startpagina

Over match4me - Privacy - Algemene voorwaarden - Veelgestelde vragen - Contact
Thuiswinkel Keurmerk Veilig Daten

Mobiele site
Android app on Google Play iPhone app on iTunes
© Match4me.nl