Home
Dating voor hoger opgeleide singles
Home Facts & figures Succesverhalen Hoe werkt het?

vrijdag 13 december 2013

Zo is de hemel

Aan de monding van de IJssel bij Kampen ligt een bijzonder eiland, het Kampereiland. Er wonen een handjevol boeren, melkveehouders, die hun boerderij op een terp hebben staan omdat het water het land soms over stroomt. Een close gelovige gemeenschap waar noaberschap nog telt en de mensen leven met de seizoenen. Op één van deze terpen woont pachtboer en bestuurder Roel met zijn vrouw Gieneke.
‘Als je Roel nog wilt zien moet je voor de kerst nog komen’, had Gieneke door de telefoon gezegd. ‘Het gaat niet lang meer duren.’

Met de ondergaande zon, die oranjerood kleurt over de akkers, rij ik over het Kampereiland naar de boerderij van Roel en Gieneke. De schuren en het weiland bij Roel zijn leeg. Koeien zijn er niet meer. Die hebben ze de afgelopen maanden al verkocht want geen van de drie kinderen wordt opvolger. Een raar gezicht blijft het. Er mist iets in het beeld van deze oudhollandsche ansichtkaart. 


Als ik binnenkom zit Roel onbeweeglijk in zijn rolstoel. Zijn armen op de leuningen. Zijn voeten recht op de grond. Niets kan hij meer bewegen. Alleen aan zijn ogen, die een beetje vochtig worden, zie ik dat hij het heel fijn vindt dat ik er ben. Hij laat geluid horen maar ik kan niet verstaan wat hij zegt. De laatste keer dat ik er was werkten zijn gezichtsspieren nog een beetje maar nu niet meer. Praten wil niet meer. Eten wil niet meer. Het eten loopt via een sonde naar binnen.


‘Fijn dat je er bent’, tikt hij met zijn ogen op de speciale computer. En ik verbaas mij over de technische mogelijkheden die er telkens zijn wanneer bijna al je spieren er al mee zijn opgehouden en je alleen nog via je ogen kunt communiceren. Ik omhels hem en hij begint een beetje te huilen. Het geeft niet. ’t Is goed. Ik houd een zakdoek voor zijn ogen want tranen kan hij al lang niet meer weg vegen.
Een super snelle scherpe geest gevangen in een lichaam dat het niet meer doet. Alleen de ogen die nog spreken, nog zoveel willen vertellen. Waar de glans nog steeds in verschijnt als ik vertel over wat er de laatste week allemaal is gebeurd in de organisatie en de onderhandelingen met de regering. Hoe wreed kan het leven zijn?
Maart 2013. Wat houterig kwam hij mijn kantoor binnen lopen.


‘Wat loop je moeilijk’, had ik gelachen. ‘Teveel gesport? Jeetje Roel. Je lijkt wel een oude man.’
Over zijn gezicht trok een zwarte schaduw en toen zag ik dat er iets heel erg fout was. Op de punt van mijn bureau zette hij zich. Een grote forse man. Ik hoopte dat mijn bureau het aan kon.


‘Nee’, zei hij. ‘Was dat maar waar. Ik heb heel erg slecht nieuws. Het is veel erger dan wat jij kunt verzinnen. Ik heb ALS (amyotrofische laterale sclerose). Een neuromusculaire aandoening die leidt tot het onvoldoende of niet meer functioneren van de spieren. Ik ga dood Annet. Dood. Waarschijnlijk al heel snel.’


In verbijstering had ik hem aangekeken. Dood? Ik had totaal geen tekst meer. Deze lieve man. Een bevlogen bestuurder die ik nu al een aantal jaren intensief begeleidde en coachte. Waar de passie in alles van afsprong. Die intens meeleefde met alles waar hij compassie voor had. Maar ook met de vuist op tafel durfde slaan als hij het onrechtvaardig vond wat er gebeurde. Dwars door de muren ging hij voor zijn idealen. Dood? Wat bedoelde hij? Dat kon toch niet? Hij was pas 48, net zo oud als ik. Ik leunde achterover in mijn stoel. Schoof heen en weer. Stond toen op en sloeg mijn armen om hem heen. Wat moest ik zeggen? Woorden waren totaal ontoereikend. Lege omhulsels. Onhandige vehikels. Totaal ongeschikt als je ze nodig hebt.


Snel was het gegaan, onvoorstelbaar snel. Zo snel dat ik het nauwelijks bij kon benen. Roel was teruggetreden als bestuurder. Er was een ander voorzitter aangesteld maar alles wilde hij nog weten. Elke detail. Het landelijk ganzenoverleg dat zo moeizaam verliep, de gespannen situatie rondom de vergoedingen voor pachters, het opschalen van de besturen. Niets wilde hij missen. Niets wilde hij loslaten. Hij bleef zich vastzuigen aan het leven alsof dood gaan niet bestond. Het iets van nog veel later was.


‘Hoe is het?’ verscheen in langzame letters op de computer.


Met mij? Dat leek me een totaal niet te zake doende vraag als ik naar hem keek maar dat zei ik niet. Hoe fris en fruitig zat ik er immers bij vergeleken met hem.


‘Prima’, zei ik. ‘Heel goed. ’t Is erg druk op het werk aan het eind van het jaar maar ik neem voldoende pauze. Doe leuke dingen. Ook als het eigenlijk niet kan.’


‘Leef het leven’, tikten zijn ogen. ‘Heb lief’. Hij keek naar Gieneke die binnen kwam met de koffie. Ze gaf Roel een dikke kus, streek hem vluchtig door zijn haar en verdween toen weer geruisloos. Hoe die vrouw dat vol had gehouden de afgelopen maanden, daarvoor maakte ik een diepe buiging.


‘Geen moeite’, had ze simpel gezegd. ‘Ik houd meer van Roel dan van mijzelf. Het is heel zwaar maar ook een prachtige intense tijd Annet. Zo dichtbij als we nu bij elkaar zijn, zijn we nog nooit geweest. Ik koester elk moment dat we nog samen kunnen zijn. En we hebben hulp. Zoveel lieve mensen die komen helpen.’


Leven en lief hebben. Dat was alles wat er toe deed. Leven en lief hebben. Ik dankte in stilte de mensen waar ik veel van hield en zij van mij. Toch hoopte ik nog één keer een mooie grote liefde in mijn leven te mogen meemaken. Dat zou het leven nog dat extra beetje glans geven. Mocht ik dat hopen? Ik had immers al zoveel om van te houden. Een prachtig leven had ik tot nu toe gehad. Soms heel erg verdrietig maar vaker nog gelukkig met mooie momenten. Zoals het leven is als je het leven met volle overgave durft te leven. 


‘En hoe gaat het met jou, Roel?’ vroeg ik.


‘Goed. ’t Is nu niet lang meer voel ik.’


Ik knikte. Keek naar hem. Pakte zijn hand en kneep er zachtjes in.


‘Ik heb een cd van Emma Shapplin meegenomen’, zei ik. 'Ken je haar? Ze zingt als een engel. Echt waar.'


Zijn ogen lachten, zeiden dat het goed was. Roel hield van muziek. Net als ik. Als praten moeizaam gaat is er altijd nog muziek.


Ik drukte de cd in de cd speler en ging vlak naast hem zitten. Hij ademde zwaar. Zijn ogen vielen langzaam dicht. De warme hoge stem van Shapplin klonk uit de boxen.


Een tijd lang klonk alleen 'Carmine Meo’ uit de boxen. Ijl, loep zuiver. Breekbaar als glas. Terwijl ik uitkeek door het grote raam over het land waar de zon langzaam achter de aarde verdween, voelde ik zijn warme hand lichtjes in de mijne. Ik slikte. Misschien was dit wel de allerlaatste keer. De ogen naast mij gingen weer open.

‘Zo is de hemel’, tikten ze langzaam op de computer.

 

Emma Shapplin: Carmine Meo http://youtu.be/fLQ8PsC8m9A


geplaatst door Annet48 - 5102 keer gelezen


Om te reageren op dit blog moet je lid van Match4me.nl zijn!
Schrijf je gratis in!



<< Startpagina

Over match4me - Privacy - Algemene voorwaarden - Veelgestelde vragen - Contact
Thuiswinkel Keurmerk Veilig Daten

Mobiele site
Android app on Google Play iPhone app on iTunes
© Match4me.nl